Verslag 1998 (3)

Oude koeien

Enkele quote’s:

  • Uit Canada bellen m’n schoonouders, die naar Internet keken, bezorgd op naar m’n vrouw. “Iedereen is al binnen en Ed is nog varende. Is ie Oke …”, vraagt ze. “Oh ma, maak je maar geen zorgen … Hij is geweldig !”
  • Ik ben door m’n rug gegaan, maar ik vermaak me best in Den Oever, dit wereldcentrum van vertier en plezier.
  • En toen ik daar dan, na die klap, op dat dek lag, dat er dan alléén maar door je heengaat, bijblijven, bijblijven, anders ga je overboord en dat bijblijven lukt dan ook nog.
  • Het is zwaarder, dan ik heb verwacht, vooral door die kleine tegenslagen.
  • Achter het anker kan ik eindelijk m’n zonden overdenken. De ‘Wiekse witten’ hebben mij het gevoel gegeven, dat ik samen met m’n kater op weg ben geweest.
  • Er vloog een visje van ongeveer 3 cm. in m’n kuip. Gelukkig kon ik ‘m redden en gooide ‘m weer terug in het water.
  • Dit is m’n eerste wedstrijd ooit. Volgens mij heb ik geen kaas gegeten van taktiek.
  • Terwijl ik de dingen doe, praat ik hardop tegen mezelf. Dat is in dit geval geen ouderdomsverschijnsel of kluizenaarstik maar een beproefde manier om de razende snelheid waarvan je hoofd soms van de ene gedachte naar de andere flitst te temperen: een soort extra regulator tussen denken en doen. Daar komt bij, dat je eigen stemgeluid er toe bijdraagt dat je in de omgeving van alleen maar krachtige, opdringerige elementen ook zelf heel duidelijk aanwezig blijft. Jezelf verliezen in het lawaai van de wind in het want, de wind in je oren, geraas van zeilen, knallende golven op de scheepshuid … dat is het begin van opgeven.
    Een solozeiler moet altijd het middelpunt zijn van zijn eigen kleine omgeving.
    (Rob Bijnsdorp – Man en boot samen op weg in de 200 Myls ‘SOLO’ – ‘Zeilen’, nov.’98)
  • De zuidelijke, halve maan wordt af en toe gehinderd door de voorbij jagende wolken. Het is nu echt prachtig zeilen. Ik vaar op een door ‘t maanlicht, weerkaatsende, verlichte laan, omflourst door de duisternis van de nacht.
  • Eindelijk, FINISH. Schijnwerpers, luidspeakers, ‘n joelende menigte, pers. Neen, niets van dit alles. Alleen een tevreden gevoel van ‘volbracht’. En,… volgend jaar, ‘n revanche, dan gaan we er echt tegen aan !

Ingeschreven solo-schippers – 1998

Nr Jaar
dln
Plt
wed
Aant.
maal

Schipper
Type
jacht
Naam
jacht
Thuishaven
jacht
SZ
Factor
1 1998 1 3 Han Beijersbergen Bavaria 37 Anne Sophie Enkhuizen 94.20
2 1998 2 1 Hans Hofstee Victoire 1044 Dundazi Muiderzand 98.00
3 1998 3 1 Albert Broshuis Winner 950 Scheerling Ketelhaven 98.00
4 1998 4 1 Rob Bijnsdorp Colin Archer 14.00 Zilveren Maan Lelystad 96.50
5 1998 5 2 Cees Zeilstra Lohi 34 Zeemuis Muiderzand 102.0
6 1998 6 2 Dik Geurts X-102 Id‚fix Herkingen 92.30
7 1998 7 3 Cees de Wit Scampie 30 Foetsie Baarn 101.0
8 1998 8 3 Jan Luyendijk Jeanneau Sunlight 30 Tam Tam Huizen 101.0
9 1998 9 1 Herman Tieman Spirit 28 Nan Muiderzand 104.0
10 1998 10 2 Jan de Ruiter X 99 Explosion 11 Lelystad 90.10
11 1998 11 1 Ed Megens Dehler 34 Lupa Maris Monnickendam 95.00
12 1998 12 1 Henk Van Breda Van Breda 38 Batavus Naarden 106.0
13 1998 13 3 Piet Bakker Maxi 77 Balder Huizen 111.0
14 1998 14 2 Paul Schrier Fellowship 33 Ellship Naarden 109.0
15 1998 15 1 Rodney Clark Jeanneau Sangria Southern Cross Huizen 111.0
16 1998 16 1 Bauke Jager Ocean 25 Mira Balk 109.0
17 1998 17 1 Philip Heil Polka 34 Polkados Lelystad 99.70
18 1998 18 1 Jaap Verkerk Comet 910 Stella Filante Ketelhaven 104.0
19 1998 19 2 Fokke v.d. Valk Dutch Dandy Douwe Dabbert Monnickendam 116.0
20 1998 DNF 1 Jurren Gunnink Friendship 28 The Roost Loosdrecht 107.0
20 1998 DNF 1 Harm Veenstra Friendship 28 Jonker Leeuwerik Lelystad 107.0
22 1998 DNF 1 Ad Beringen Ohlson 29 Skua 4 Ketelhaven 106.0
22 1998 DNF 1 Jan Bijleveld First 43.5 Bontekoe IJmuiden 85.70
22 1998 DNF 1 Danker Daamen Dragonfly (Trimaran) Passion Enkhuizen 89.70
25 1998 DNF 1 Henk Katgert Duetta 94 Sygnus Hasselt 100.0
25 1998 DNF 2 Arnold van Lottum Kolibri 560 Lotje Nijmegen 116.0
25 1998 DNF 1 Arie Petrus Egythene 24 Fighter Almere-Haven 109.2
28 1998 DNF 1 Rob van Dam Trintella 2 Mary Ann Uitdam 113.0
28 1998 DNF 1 Martin Hulzebosch Victoire 822 Cydaris Hasselt 107.0
30 1998 DNS 1 Frits Boer Finerre 24 Davies Oost Mahorn 111.0
30 1998 DNS 2 Piet van der Zwaan Selecta 31 Zwaantje Scheveningen 102.0

 

Banen – 200 myls ‘SOLO’ – 1998

Route-keuze nr 1 =haven-merkteken-afstand in mijlenMUIDEN START-M1-000,
VOLENDAM-GZ2-011,
HOORN-NEK-018,
LELYSTAD-LS-029,
DEN OEVER-WV14-058,
URK-UK16-080,
STAVOREN-VZ1-094,
HINDELOPEN-H2-102,
MEDEMBLIK-4WINDMOLENS-116,
BREEZANDDIJK-SPORTB-130,
ENKHUIZEN-KG2-148,
LELYSTAD-LS-163,
VOLENDAM-GZ2-174,
HOORN-NEK-181,
BLOCQ VAN KUFFELER-BVK-192,
PAMPUSHAVEN-PH-194,
MUIDEN FINISH-M1-200.
Route-keuze nr 2 =haven-merkteken-afstand in mijlenMUIDEN START-M1-000,
VOLENDAM-GZ2-011,
HOORN-NEK-018,
LELYSTAD-LS-029,
DEN OEVER-WV14-058,
OUDE SCHILD-T14-073,
HARLINGEN-BS29-105,
KORNWERDERZAND-VF4-133,
BREEZANDDIJK-SPORTB-138,
MEDEMBLIK-4WINDMOLENS-152,
ENKHUIZEN-KG2-161,
HOORN-NEK-181,
BLOCQ VAN KUFFELER-BVK-192,
PAMPUSHAVEN-PH-194,
MUIDEN FINISH-M1-200.
Route-keuze nr 3 =haven-merkteken-afstand in mijlenMUIDEN START-M1-000,
VOLENDAM-GZ2-011,
HOORN-NEK-018,
LELYSTAD-LS-029,
DEN OEVER-WV14-058,
DEN HELDER-MH2-071,
IJMUIDEN-BALOERAN-104,
DEN HELDER-MH2-137,
DEN OEVER-WV14-150,
MEDEMBLIK-WP8-155,
ENKHUIZEN-KG2-165,
HOORN-NEK-175,
LELYSTAD-LS-185,
BLOCQ VAN KUFFELER-BVK-192,
PAMPUSHAVEN-PH-194,
MUIDEN FINISH-M1-200.
Route-keuze nr 4 =haven-merkteken-afstand in mijlenMUIDEN START-M1-000,
VOLENDAM-GZ2-011,
HOORN-NEK-018,
LELYSTAD-LS-029,
DEN OEVER-WV14-058,
DEN HELDER-MH2-071,
IJMUIDEN-BALOERAN-104,
SCHEVENINGEN-SCH-133,
IJMUIDEN-NH-158,
O.SLUIZEN/SCHELLINGW.-P19-176,
VOLENDAM-GZ2-186,
BLOCQ VAN KUFFELER-BVK-192,
PAMPUSHAVEN-PH-194,
MUIDEN FI

 

de 200 myls ‘SOLO’


Start-, opnameschipper Gerard Lenselink van
de Allegro neemt de logboeken in ontvangst
van Henk Van Breda van de Batavus en Cees
Zeilstra van de Zeemuis
>31 inschrijvers
29 deelnemers gestart
10 deelnemers uitgevallen
19 deelnemers gefinisht

Muiderslot vanuit de StichtingshavenAchtergrond homepage : de staak V 15

Op 30 september wordt er, na het Palaver bij ‘Ome Ko’, gestart met windkracht 5 Bf. Oost met als startschip de tweemaster ‘Allegro’ van schipper Gerard Lenselink. Het is droog met later regen, 8 à 10º Celcius. Het zicht is 1 à 2 km.

>Op 1 oktober blijkt, dat iedereen route 1 kiest. De wind neemt toe, evenals de regen,
6 Bf. In het noordelijk gebied af en toe 7 Bf. Het is stervenskoud op ‘t water, ong. 8º.
Een van de deelnemers krijgt door een klapgijp de giek tegen zijn gezicht en breekt
z’n bovenkaak op 4 plaatsen en tevens zijn neus.
Op 2 oktober stijgt de barometer en de regen houdt op. De temperatuur schommelt
om de 10º en de wind zakt weer iets af naar 5 à 6 Bf. ONO
Dat het zwaar is, blijkt wel uit het percentage uitvallers. De doordouwers houden vol
ook zonder stuurautomaat. ‘s Avonds breekt de maan tussen de wolken door en is het
prachtig zeilen met een aflopend windje uit Oostelijke richtingen van 4 à 5 Bf.
De eerste jachten meldden zich al af bij opnameschip de ‘Allegro’.
Op 3 oktober verflauwt de wind naar een drietje à viertje en op één na finishen de
deelnemers in de motregen en meren af op de gezellige steiger van de stichtingshaven.
Op 4 oktober komt na lang wachten de laatste schipper binnen en geeft om 11.30 uur
z’n logboek en camera af, waarmee deze wedstrijd/tocht officieel voorbij is.

De Spirit 28, de Nan van Herman
Tieman en de Jonker Leeuwerik, de
Friendship 28 van Harmen Veenstra
zeilen Nek aan Nek bij de Nek-boei

De meldingen en verwerkingen van de wedstrijd op de Internetsites waren prima verzorgd door Marco en Bob Luyendijk en zijn in deze 5 dagen bekeken door ruim 500 geïnteresseerden.
De meeste deelnemers waren ondanks het weer, laaiend enthousiast en zegden toe het volgend jaar zeer zeker weer van de partij te zijn bij de 200 myls ‘SOLO’ 1999, die, indien er voldoende sponsering aanwezig is, zal worden verzeild in week 39, van woensdag 29 september t/m zondag 03 oktober.

De winnaars van de 3e., 1e. en 2e. prijs. Albert
Broshuis, Han Beijersbergen en Hans Hofstee.
Voor de 2e maal won Han Beijersbergen de eerste
prijs en de 200 myls wisseltrophee.

Jan Luyendijk – Huizen – 15 oktober 1998

De 3e. 200 myls ‘SOLO’ 1998 door Rob Bijnsdorp

(9 pagina’s, overgeschreven en gekopieerd, uit ‘Zeilen’ november 1998)

Muiden, acht uur’s ochtends. De herfstnevel trekt langzaam op.

In een rokerig café zitten gebreide mutsen achter uitsmijters.
Twee uur later vertrekken ze. leder op z’n eigen boot.
Na drie à vier dagen en tweehonderd mijl liggen ze weer voor
het Muiderslot. Ongeschoren, moe en vol verhalen.
Rob Bijnsdorp was een van deze mannen en beleefde de
200 Myls ‘SOLO’ mee, vanuit de kuip.
 …………. (Redaktie ‘Zeilen’)

De solozeilerij op het IJsselmeer en het aansluitende kustwater is springlevend. Bijna dertig jaar na de eerste reeks legendarische ‘singlehanded’ prestatietochten vanuit Workum kan de leifhebber nu kiezen uit maar liefst 4 varianten.
Zeilen pikte er de jongste uit : de 200 myls ‘SOLO”, die deze herfst voor de derde maal is verzeild. Rob Bijnsdorp wierp zich met zijnZilveren Maan in de strijd.
>
Na bijna twintig jaar onthouding gaat het weer gebeuren. De wervende aankondiging van de ‘200 myls’ wekt een zelfde soort voorpret op als ooit de gestencilde papierwinkel voor m’n eerste vierdaagse solotocht. Dat heeft waarschijnlijk iets te maken met de romantische kanten van dit soort evenementen. Man en boot samen op weg en beslist anders dan gewoonlijk. Intensiever, een vleugje heldendom (ik herinner me zelfs sneeuw op dek), een daad stellen. Dat laatste is zeker fysiek zeer voelbaar.
>Nadat dit soort algemene kenmerken van meerdaagse solo – wedstrijden zie ik veel verschillen met de Singlehanded uit mijn herinnering.
De oude, ooit door de Workummer vuurtorenwachter Reid bedachte tocht was een oefening in de oprechte zeilerij met jachtjes. Er heerste toen een streng regime, behalve een goede radio – ontvanger was electronica verboden. De meeste deelnemers hadden daar geen problemen mee. GPS bestond nog niet. Decca werd voor sommigen net betaalbaar. De eerste generatie auto – pilot deed aarzelend z’n intrede en slechts een enkeling had een marifoon. “Verzegelen die boel.” bepaalde het regime. ‘Goed schipperen, dat zit in jezelf en niet in de spullen, die kapot kunnen.’
>En omdat parool kracht bij te zetten werd reglementair verlangd, dat er in ieder geval een handlood en een potje vet aan boord was. Nieuwelingen, die daar niets van begrepen, leerden al gauw dat een kloddertje vet in het bolletje van het lood een bodemmonster boven water bracht. Een ‘oprechte schipper’ behoort te weten of hij zand of slib onder de kiel heeft. De essentie van de Workummer tochten was echter, dat een schipper zichzelf en de boot moet kennen en een juiste inschatting moet kunnen maken van wat beide aankunnen in de geldende omstandigheden. Het vergelijk tussen het daarop gebasseerde persoonlijke vaarplan en de werkelijk geleverde prestatie vormde bij de jurering het belangrijkste criterium.
 

Appeltaart en wegwerpcameraatjes in Muiden. foto : Ruud Kattenberg

>Uitdaging om optimaal te zeilen. Hoe anders is de sfeer die spreekt uit de 200 myls ‘SOLO’ – papieren. Ik pluk ze in full colour van internet. De keuzebuttons leggen verbindingen naar pagina’s met allerhande wetenswaardigheden, waaronder een bloemlezing van journaal – fragmenten uit de twee voorgaande tochten. Uit alles spreekt een opzet die uitgaat van omstandigheden, die voor alle deelnemers gelijk zijn. Er is een route uitgestippeld die zo snel mogelijk moet worden afgelegd met zo min mogelijk strafpunten voor motorgebruik, teveel rust of te weinig rust. Na ruim een kwart van de totale afstand kan er een keuze worden gemaakt voor drie varianten die ook over de Waddenzee en Noordzee voeren. Ze zijn zo uitgekiend dat ook dan bij benadering 200 mijl wordt gevaren.
Eigenlijk is dat het enige moment dat de deelnemers een strategisch besluit kunnen nemen. Een route over zee kan in gunstige omstandigheden bijvoorbeeld het voordeel van de tijstroom opleveren. De grootste en zwaarste boten zeilen bij een stevige wind bovendien in diep water een halve tot een hele knoop sneller, dan op het ondiepe IJsselmeer.
Veel meer dan kiezen uit een van de route variantenis qua vaarplan niet mogelijk. Wel is er ruimte voor een persoonlijke tactiek. De verplichte 27 uur rust in havens die op de route liggen, kunnen naar eigen inzicht worden ingedeeld.
Al met al komt de opzet van deze tocht op mij over als een stevige uitdaging om ‘optimaal’ te zeilen. Om iedere deelnemer een perspectief te bieden dat de overwinning binnen zijn bereik ligt, wordt voor elke boot een SZ cijfer berekend (Snelheidsfactor Zeilsport). Ik begrijp niets van de formule, die daarvoor wordt gebruikt. Onbekendheid wordt argwaan, als ik daags na mijn inschrijving op internet zie, dat mij 23 ton zware rondbuikige langkieler pal achter een X 99 als het op twee na snelste van de dan 23 aangemelde boten is gekwalificeerd, Dat moet in de berekening het effect zijn van de lengte van de waterlijn. Maar enig mogelijk voordeel daarvan ga ik pas merken bij een halve storm of meer. In lichte to matige wind vaart alles mij voorbij. Dit gegeven blijft mij bezig houden tot aan de dag van de start.Appeltaart en wegwerpcamera’s. Woensdag 30 september. Even over twee in de middag. Ik nader de startlijn bij Muiden, ruim 4 uur later dan de anderen. Helaas verhinderd om het ochtendceremonieel in de kroeg van Ome Ko mee te maken. Koffie met appeltaart was er beloofd; tevens nog eens de laatste onduidelijkheden bespreken, logboeken uitdelen, een groen petje met 200 mijls embleem ontvangen en natuurlijk ook de wegwerpcamera waarmee alle markante routepunten als bewijsmateriaal moeten worden vastgelegd. Lang niet iedereen is vertrouwd met zo’n wonderdoosje. Zeilen collega Ruud die het palaver meemaakte, zag hoe sommige deelnemers de gele kartonnen verpakking alvast open peuterden en tot hun verbazing ineens de film in hun handen hielden.
Ook ik heb nooit eerder met zo’n camera gewerkt. Ik vond hem een half uur geleden onder de buiskap, tesamen met petje, het logboek en een stuk appeltaart, goede zorgen van zeilmakker Flip. Bij het passeren van de startlijn neem ik de eerste groene ton van het geultje naar Muiden in het vizier, druk het knopje in …… er klikt iets. Daar heb je het weer ! We zijn verwend. Automatische filmtransport is tegenwoordig standaard. Dit ding moet je eerst spannen. Ik ga er niet voor terug.
>Iedereen heeft de boot in Muiden zien liggen, een ander bewijs lijkt me niet nodig.IJsselmeer vol roepende mannen. Uit het Oosten waait een matige, klamme wind. Het vuur van Marken is op de route naar de volgende boei (uiterton voor de Gouwzee) goed bezeild. Het zicht is slecht door motregen en andere nattigheid. Het is zo’n dag met alleen maar grijstinten, maar ik vind het prima. Man en boot samen op weg. Eigenlijk wel lekker, dit late vertrek. Dit is de verstilling van het solzeilen. De anderen zijn nu tussen de 20 en 25 mijl voor me, ergens halverwege het traject NEK – Lelystad. Sommigen varen ver aan de kop uit het zicht, achter een gordijn van motregen, anderen loeren naar elkaars boeg of spiegel. Ik schakel de marifoon in op het schip – schipkanaal 13 en heof niet lang te wachten op een teken van leven uit het peleton, daar ergens in het Noorden. Men roept elkaar toe over de positie en de snelheid van sommige anderen. Ik hoor dat Enkhuizen een goede eerste rustplaats is of dat het beter is om de eerste dag een hele lange ruk te maken, of dat juist morgen de dag is voor de meeste mijlen omdat er dan meer wind kan zijn, en dat je vanavond maar beter een goede pot kan koken en wat men zoal van huis heeft meegebracht. Het IJsselmeer is vol roepende mannen. Dit solozeilen heeft een sterk sociale inslag. Het is geen tocht voor ‘lonely wolves’. Dat blijkt trouwens ook uit de samenstelling van de groep deelnemers. De meeste kennen wel een of meerdere andere uit dezelfde verenigingshaven of van bestaande vriendschappen. Samen alleen, voor velen de meest aantrekkelijke manier van solzeilen. Ik heb mijn zeilmakker Flip geronseld. Als ik op weg ben van de boei NEK (bovenin de Hoornse Hop) naar een van de tonnen voor de zuidelijke ingang van de haven van Lelystadhaven, vaart hij me met bolle zeilen tegemoet. Wat doet hij hier ? Lelystad is niet te bezeilen, ik lig voor een lange slag over stuurboord op een veel te zuidelijke koers. Dat zal ik vanavond wel horen in Enkhuizen, want daar zal hij waarschijnlijk z’n eerste rust nemen.Meteen al pech. De boei bij Lelystad moet worden geflitst. Het fotodoosje heeft daarvoor een knopje. Ik span de camera, druk het flitsknopje in, scheer in verband met het beperkte bereik van m’n flits rakelings langs de boei en druk net op het moment waarop hij me vriendelijk groen aanstraalt. Maar heb ik wel een flits gezien ? Ik bekijk nog eens de tekst en de symbooltjes op het gele doosje en ontdek geen voorschrift, dat er op wijst, dat ik iets verkeerd heb gedaan. Nog eens proberen: spannen, flitsknopje indrukken, thermoskan koffie in het vizier en …. geenflits. Men zal wat mij betreft bij de beoordeling moeten uitgaan van vertrouwen in plaats van bewijs. Zouen er mensen zijn, die op dit soort tochten smokkelen ? Ja, waarom niet. Dat komt in alle leeftijdsgroepen voor tijdens gezelschapsspelletjes waarin iets valt te scoren.
Weer een roepende man. Een ander antwoordt. Ik ga binnen een paar boterhammen smeren en volg hun gesprek.
“…ja ik moest ook nog een gedeelte van de binnenbetimmering weghalen en al met al heb ik al zes uur van m’n rusttijd verspeeld.”
ja Martin, dat is heel beroerd voor je, dat je al meeteen zoveel pech hebt …”
 Etcetera.
Ik kijk op de deelnemerslijst. Er is een Martin bij. Hij heeft kennelijk averij.

Woensdagochtend, de mannen gaan op weg voor 200 koude mijlen. Foto: Ruud Kattenberg

>”…en ik ben zojuist uit Hoorn vertrokken op weg naar NEK, maar ik denk dat ik meteen maar door ga naar Enkuizen, want met zo’n achterstand heeft het geen zin meer.”
“Nou, Martin, ik zie je dan straks wel, maar voor mij is het echter samen uit, samen thuis hoor. Als jij stopt, hou ik er ook mee op.”

“Die zijn gek,” hoor ik mezelf zeggen. Ik weet dat dat niet mag, want ieder stelt z’n eigen grenzen en je hebt het recht niet om dat dat te betwisten, maar ik heb het er wel uitgeflapt.
Het gaat ook niet zozeer om personen, maar meer om de idee erachter. Ga nou na : je maakt je lang van tevoren vrij uit de dagelijkse dingen om vier dagen lekker te zeilen, dan krijg je bij aanvang pech en natuurlijk heb je daar de pest over in, maar zodra dat is gerepareerd ga je om dat te compenseren natuurlijk vreselijk hard genieten van de hele tocht, die nog voor je ligt. Hoe kan zeilen ineens niet meer de moeite waard zijn als vast staat dat er geen overwinning is te behalen ? En schiet Martin er iets mee op als die maat van hem met een groot gevoel van samen uit en thuis ook afhaakt en mee gaat zitten somberen ?Overal een feestje van maken. De regen houdt op. Het zicht verbetert. De lichtjes van Enkhuizen twinkelen stuurboord uitnodigend voor de boeg. Er is nog een dik half uur te gaan wanneer ik plotseling merk, dat de paar boterhammen bij Lelystad niet echt de gebruikelijke warme hap vervangen. Soep maken. Keuze uit drie smaken. Nog iets stevigers erbij. Voorraadkast open. Ja, een gebraden haantje ! Tien tot vijftien minuten in kokend water. Jongens, dat wordt smullen. En terwijl ik de tweede gaspit aansteek, besluit ik ook tot een toetje boerenland – yoqurt met persik.
>Je moet overal een feestje van maken, maar nu eerst weer even buiten kijken want het IJsselmeer is eigenlijk niet meer, dan een pierenbadje en voor je het weet ligt er weer iets in de weg.
Meer nog dan vroeger erger ik me aan de slechte verlichting van de zuidelijke aanloop van Enkhuizen. Ergens tussen Oosterleek en Venhuizen ligt een groene lichtboei, dan voert een rijtje onverlichte tonnen tot aan de havenlichten die ongeveer de sterkte hebben van een fietsachterlicht. In ieder geval vele malen zwakker zijn dan het licht erachter. Tot slot is er een even zwakke lichtenlijn die je pas ziet als je bijna op de lijn zit. Een van de lampen is nu zelfs gedoofd. Voor wie hier maar zelden komt is het tobben. Tegen de tijd dat ik helemaal zeker ben van de situatie heeft het instant – haantje al veel te lang staan opwarmen. Ik moet trouwens opschieten met die hap, want ik wil in de ruimte buiten de havenhoofden de zeilen bergen.
Water afgieten. Pannetje en bestek mee naar buiten. Blik in de rondte. Geen andere schepen. Plastic open snijden.
De haan vliegt samen met een plas vettige jus in het pannetje. Geen licht maken, want dan verlies ik de omgeving. Op de tast prik ik met de vork in de pan, Als ik wel eens zo’n beest eet verwijder ik altijd eerst de onderdelen die er smerig uitzien. Dat zijn de donkerbruine derrie aan weerzijden van de ruggegraat, het lillende vel en in ieder geval dat hele achterstuk van de poepert, vetknobbeltje en iets waarvan ik vermoed dat het ooit geslachtsorganen zijn geweest. Nu de vork geen vat meer krijgt op het vlees, lepel ik blind de pan leeg en selecteer slechts de botjes. Het smaakt prima. Geen tijd meer voor het toetje, want de havenlichten zijn ineens, akelig dichtbij. Zeilen weg. De sluis staat al open.

In je eentje zeilen zetten of overstag gaan is werken op de Ziveren maan. Foto : Ruud Kattenberg

>In de Spoorweghaven voeg ik me bij de bruine vloot. Het is rond elven. Aan de overkant ligt de boot van Flip. Er komt nog wat zwak schijnsel uit zijn kajuit. Ik vind hem lezend. Vanwege de kou is hij al in zijn slaapzak gekropen. Om de accu te sparen branden er slechts olielampjes. Op de tafel staat de borrel klaar naast wat kaasjes en crackers.Groot tegen klein. Donderdag, 1 oktober. Geen spat kleur in de wereld en dat zal de hele dag zo blijven. Het is een stuk kouder dan gisteren en het waait flink. De bruine vloot is nog in diepe rust als Flip en ik en nog drie andere deelnemers ongeveer gelijktijdig de haven verlaten. Tijdens het zeil zetten overweeg ik even de voo- en nadelen van groot en zwaar tegen kleiner en licht. De Zilveren maan blijft geduldig lang genoeg tegen wind liggen om in ieder geval in een handeling het grootzeil goed omhoog te krigen. Op de kleinere jachten moet dat in een oogwenk gebeuren, want ze waaien alle kanten uit. Maar tegen de tijd dat ik klaar ben, heb ik kramp tussen m’n schouderbladen en voelen m’n handen nog rouwer aan dan ze al deden.
Dan is er het plezierige moment van weldadige rust wanneer het tuig er weer glad bij staat en de boot op koers gelegd aan snelheid wint. Het gaat nu met halve wind richting Den Oever. De snelheid schommelt tussen de 7,5 en 8 knopen.
Dwars van De Ven vaart een andere deelnemer me tegemoet. Achter het glas van een heel gesloten dekhuis gaat een dikke duim omhoog.
>Als hij daarmee bedoelt: ‘Zie mij hier is lekker warm zitten’, heeft ie gelijk. Het is weer gaan regenen en tegen de wind in naar Urk is een lange en koude onderneming.Veradelijke ondieptes. Ik moet op het traject naar Den Oever goed rekening houden met de waterdiepte. De rechte lijn naar Den Oever voert over de ondiepte Kreupel. Daar staat op sommige plaatsen minder dan twee meter water. De Zilveren maan steekt twee – tien. Neem ik de veilige route zuidelijk van de rode boeienlijn van het Wagenpad, dan hangen de voorzeilen erbij als nat wasgoed. Tot voorbij de ondiepte met de dreigende aanduiding ‘Stenen’ jongleer ik daarom over de Kreupel en zet daarbij om de vijf minuten de positie in kaart. Even onder Den Oever is vlak naast de betonde geul nog zo’n veraderlijke ondiepte, maar zover komen we niet, want de lichtboei Wieringer Vlaak 14 is het keerpunt richting Urk.
Een mijl voor me liggen twee tochtgenoten. Als zij rond de boei zijn heb ik kans op een paar actiefoto’s. Dat is niet zonder risico, want als ik recht op hun af koers moeten ze maar raden naar mijn bedoelingen. Ik zet de stuurautomaat aan en ga demonstratief met de camera in de aanslag aan de reling staan. Het werkt. De boot die me nadert, reageert heel subtiel op de geringe schommeling in mijn koers en manuvreert zich in de positie, waarin hij het liefst wil worden gezien. Als de kiek is gemaakt, zie ik vanaf mijn plek, hoog aan dek, dat de werkloze kluiverschoot aan loef verward is geraakt met de schoot aan lijzijde. Actie !

Luid mopperend schiet ik op te grote afstand de boei voorbij. Als de zaak is geklaard, zie ik dat mijn achtervolgers al bijna bij de boei zijn, terwijl ik een plek nader waar met het winterpeil nog maar 1.40 meter water staat. In een paar grote sprongen ben ik terug bij het roer.
Adraline, zo’n tocht, maar niet altijd. Want nu bijvoorbeeld begint een lange koude en natte weg naar de lichtboei de UK 16 bij Urk. Dit traject is niet bezeild. We komen in de straffe oostenwind wisselend twintig tot dertig graden tekort. We zijn behalve de Zilveren maan, de Polkados van Flip en nog een ander, waarvan ik de naam niet kan lezen. Polka Dos is een aluminium Koopmans. Hij vaart, gereefd en met een werkfokje, lichtvoetig, dansend over de golven. Zo komen Flip en ik elkaar keer op keer tegen in een sportieve strijd om het voorrang over bakboord. We maken niet al te lange slagen, want de wind waait niet stabiel uit een en dezelfde hoek, Er is dus winst te behalen uit de keuze voor steeds de gunstigste boeg.

Hardop praten.
Na een paar uur krijg ik het koud. Het soort kou dat alleen maar erger kan worden en waar je tijdig iets aan moet doen, omdat je er ander niet meer overheen komt. Ik kan de boot zonder automaat rustig aan zichzelf overlaten. Om de vijf minuten een blik in het rond voor de uitkijk is voldoende om in de kajuit even goed voor mezelf te zorgen. Water op het vuur voor een mok soep. Boterhammen smeren met een of andere vetzooi met de naam ‘vleespastei’. Kommetje yoqhurt voor de frissigheid.

Behalve de Zilveren maan en de Batavus (een andere Colin Archer), zijn de Enkhuizenstoppers gelijktijdig gestart. De zeiltijden op het traject van gisteren liggen tussen de 6 uur en 42 minuten en 9 uur 45 minuten. Dit verschil is groter dan de handicapberekening was te verwachten. Meer conclusies zijn nog niet mogelijk.
Met een beetje spijt zie ik dat de kleinste deelnemer, een Kolibri 560, niet verder is gekomen dan Volendam. Het had me zo leuk geleken om ergens onderweg nog een eindje met zo’n dappere David op te varen. Dat brengt me weer terug op de eeuwig rondcirkelende puzzel over de juistheid van de handicapberekening. Stel dat je daarvoor een formule vindt, waarin ook de windkracht is verdisconteerd, dan nog is er een groot verschil in prestatie. Wie langzaam vaart is immers langer in touw, zit langer in de kou, heeft een kleinere boot met minder comfort en in de regel minder mogelijkheden om de boot zelf z’n weg te laten volgen. De man die in een Kolibri het laatste finisht, presteert wat mij betreft meer dan de winnaar die het in de helft van de tijd doet met een jacht, waarin permanent de kachel brandt en electronica de navigatie heeft overgenomen.

Nat oliepak uit. Klamme trui uit en poolpak aan.
Terwijl ik de dingen doe, praat ik hardop tegen mezelf. Dat is in dit geval geen ouderdomsverschijnsel of kluizenaarstik maar een beproefde manier om de razende snelheid waarvan je hoofd soms van de ene gedachte naar de andere flitst te temperen: een soort extra regulator tussen denken en doen. Daar komt bij, dat je eigen stemgeluid er toe bijdraagt dat je in de omgeving van alleen maar krachtige, opdringerige elementen ook zelf heel duidelijk aanwezig blijft. Jezelf verliezen in het lawaai van de wind in het want, de wind in je oren, geraas van zeilen, knallende golven op de scheepshuid … dat is het begin van opgeven.
Een solozeiler moet altijd het middelpunt zijn van zijn eigen kleine omgeving.
Ik kijk buiten weer even in het rond, zie in de gauwigheid dat Flip heeft besloten tot een lange slag in Noordelijke richting en ga de kaartentafel opruimen. Uit de printer steekt een bericht van Ruud op deZeilen redactie. Hij geeft me de posities door waarmee alle deelnemers gisteren hun eerste dag hebben afgesloten. Elke avond worden deze door de schippers doorgebeld naar de wedstrijdorganisatie, die ze op ineternet zet. Het overzicht laat zien hoe tweederde van de negenentwintig deelnemers zijn eerste stop heeft gemaakt in Enkhuizen. Vier tochtgenoten zijn doorgevaren naar Den Oever en een man is helemaal doorgezeild naar Urk. Die boot, een X 99, heet niet voor niets ‘Explosion’ Wie op zo’n boot vaart wordt erdoor gegijzeld: Hetzelfde effect als je ziet bij mensen op een racefiets.

Het glorieuze traject recht in de zonnebaan naar Enkhuizen.

Het lijkt me een goed onderwerp voor de nabespreking tijdens de prijsuitreiking over twee weken.

Rusttijd bijna op.
Zover is het nog niet. Eerst nog de ton bij Urk. Flip maakt inderdaad een te lange slag naar het noorden en is tien minuten later bij het keerpunt. Daarna wordt de afstand snel groter. Met een bakstagwind gaat mijn scheepslengte meetellen. Regelmatig zit ik boven de acht knopen.
Als Flip in Staveren naast mij afmeert, kan de zuurkool met worst direct dampend op tafel. Daarna zijn we allebei toe aan een verbale ontlading en voor we het weten is onze bedoelde rusttijd al filosoferend al voor de helft in het niets opgegaan. We besluiten toch maar een goede nacht te maken.
Daarmee zijn we bijna door onze reglementaire rusttijd heen. Dat betekent dat ik, op een korte ankerstop na, de rest van de tocht in een keer moet afleggen. Dat is van Staveren via Hindelopen naar Medemblik en vandaar naar Breezanddijk, Enkhuizen, Lelystad, Volendam, NEK, Blocq Van Kuffeler, Pampushaven en uiteindelijk Muiden.
Tesamen 104 mijl, nog meer dan de helft. Als de wind niet onder de vijf Beaufort zakt en uit dezelfde hoek blijft zitten, moet dat kunnen. We zullen zien.

Perfecte dag.
Vrijdag 2 october. In mijn logboek noteer in het vrije gedeelte maar twee woorden: ‘Perfecte dag’. De zon schijnt. De wereld heeft weer kleur en het waait steevast tussen de 22 en 27 knopen. Ik besluit deze dag geheel te wijden aan het serieuze zeilen en alles uit de boot te halen wat er in zit. Alles op de hand en de trim geen moment uit het oog. Het maakt verschil. Het maakt verschil. Ik vaar tot mijn eigen verbazing hoger en sneller dan de drie anderen, die gelijktijdig Staveren verlaten. De voorsprong neemt op het ruime rak naar Medemblik nog meer toe en na nog een aandewinds rak naar Breezanddijk zie ik geen achtervolgers meer.
De fax met posities van de vorige avond wekt verbazing. Negen mensen hebben opgegeven, waarvan de helft met problemen aan de stuurautomaat. Ik kan het niet helpen, dat de gedachte opkomt: ‘Als ze nou hun roer hadden verloren….’.
Dan het glorieuze trajecht recht in de zonnebaan naar Enkhuizen. Voor me aan de horizon zie ik twee zeiltjes. Een ervan haal ik in bij De Ven, met de ander lig ik samen in de Sluis. Voort gaat het weer naar Lelystad. De hele dag blijf ik jagen, totdat op het voordewinds rak naar Volendam de zeilen wijduit kunnen worden gezet en de automaat me in staat stelt een maaltijd van drie gangen te koken. Vlak voor de boei van Volendam hang ik de natte theedoek aan het haakje en ruim de schone vaat weg.

Vermoeidheid.
Op weg naar de NEK zie ik aan stuurboord de boten aankomen, die samen met deZilveren maan de sluis verlieten. Ik hou ze een kwartier lang in het oog tot ze bij de boei zijn en zie dan kort na elkaar twee flitsjes in de nacht. Daar is de boei NEK. Het einde begint invoelbaar te worden. Weer een ruim rak naar de Flevodijk bij het gemaal Blocq Van Kuffeler. De wind trekt nog wat aan. De boot jaagt door de nacht. Geen onverlichte tonnen op dit traject. Dat geeft rust. Oppassen voor de scheepvaart. Rekening houden met m’n vermoeidheid. Alle observaties tijdens de uitkijk dus dubbel overdoen en checken. Een vergissing is heel gauw gemaakt. BoeiPH, ankerstop bij Pampushaven. Probleem bij ankeropgaan wegens gebrek aan electriciteit. Slimme oplossing vinden met wat hulpkabels naar andere accu’s. Rond half twee afmeren in Muiden. Wat een dag.
De volgende dag komen de verhalen. Iedereen heeft elkaar zien varen. Er wordt vergeleken. Iedereen is op een onschuldige manier trots of voldaan. Een vluchtig incidenteel broederschap.
In ieder geval een annekdote zal in de komende jaren onverbrekelijk verbonden blijven aan deze tocht : Een deelnemer mist in zijn boot op de terugweg de boei bij Lelystad. Hij had bij het passeren van de boei een pakje met theezakjes van Pickwick Ceylon Melange in zijn handen. Dit pakje is ook van vouwkarton en in afmetingen ongeveer gelijk en bijna even geel als het fototoestel. Toen hij de echte camera had gevonden was de boei al zover achter hem, dat hij hem maar liet liggen ….

Rob Bijnsdorp

De 200 myls ‘SOLO’ van de Mira in 1998 door Bauke Jager

door Bauke Jager,
gepubliceerd clubblad wsv Sleattemermar – Balk en de Ocean club ’98

Voor de derde maal werd op 30 september in Muiden het startsein gegeven voor deze prestatie-tocht.
Nadat ik ervan had gehoord, besloot ik me op te geven met onze boot Mira, een Ocean 25. Op mijn verzoek om me een reglement en dergelijke toe te sturen, wees de organisator mij op de mogelijkheid dat alles van het internet af kon worden gehaald. De wedstrijd wordt verzeild op basis van een puntentelling (SW faktor+punten logboek), er zijn tenminste 3 rustperioden van in z’n totaal 27 uur verplicht, die variabel mogen worden opgenomen, waarvan een anker periode. Verder is er een keuze uit 4 routes.
Na een moeizame tocht vanuit Stavoren (mist en windstilte) naar Muiden, maak ik kennis met enige deelnemers. Eentje moet er zo nodig de mast in, terwijl ik de importeur van mijn GPS probeer te bereiken over een afwijking van 60 graden t.o.v. mijn kompas.
Op Woensdagmorgen zit iedereen aan de stamtafel van cafe Ome Ko voor het palaver. We krijgen een logboek en een foto toestel uitgereikt en veel goede raad voor veiligheid, meldings- en afmeldingsplicht.
Om 10:10 uur gaat het startschot, ik ben nog niet klaar, zet nog vlug een reef in het zeil en vaar als een der laatste van de 29 gestartte deel nemers over de startlijn, nagestaard door 3 fotograferende heren op het startschip.Het eerste te ronden punt is een ton bij Volendam. Alle bakens, die in de route staan dienen gefotografeerd te worden. Dus om een redelijk plaatje te krijgen, m oet je er ook nog behoorlijk dichtbij langs varen.; de tijd van ronding dient in ‘t logboek te worden vermeld met verder de windrichting en kracht, barometerstand en zicht.
Door de oostelijke wind stonden op dit stuk vervelende golven, wat je tot veel bijsturen verplichtte.
Van tegenstanders had je niet veel last,. De grote schepen gingen er als hazen vandoor.
De schepen van mijn maat had ik op dit punt nog om me heen, Via Hoorn ging het naar Lelystad. Vandaar naar Enkhuizen. In de sluis lagen nog 2 deelnemers. Op m’n vraag of ze doorgingen, zeiden ze: “We gaan hier slapen. Morgen maar verder.”In de jachthaven liggen bijna alle deelnemers en als ik tegen negen uur de wal even opga, kom ok m’n buurman uit Muiden tegen en vraag hem hoe het gaat. Hij antwoord, dat er veel mis gaat. Z’n accu’s zijn leeg, doordat de stuurautomaat overuren maakt in de hoge golven en door onze relatief kleine schepen (onder de 8 meter) zijn we ten opzichte van de grotere in het nadeel. Ook had hij bij een klapgijp de giek tegen zijn hoofd gekregen.
Toen hij met de zaklantaarn op zijn gezicht scheen, zag ik een vreselijk opgezet deel van z’n hoofd. “Ik denk, dat ik m’n neus heb gebroken, maar ik heb asperines bij me voor de pijn,” zegt hij.

Later zou blijken, dat hij z’n kaak op 4 plaatsen had gebroken.
De volgende morgen gaat om 06:00 uur de wekker, ik maak brood en koffie voor de hele dag en vertrek nog in het donker richting Den Oever. Weldra wordt ik ingehaald door andere deelnemers. Allemaal grotere schepen. De schippers achter hun sprayhood, het sturen overlatend aan de stuurautomaat. Ik moet daarentegen altijd zelf sturen, omdat ik er geen heb. Alleen hoog aan de wind lukt het me om met vastgezet roer de zeilen zo te trimmen, dat de Mira z’n eigen weg vindt.

Om 10:00 uur ben ik bij het baken van Den Oever. Nu naar Urk,. Het langste rak, hoog aan de wind, het waait 6 Bf., hoge golven, regen van boven en (zo blijkt later) ook van onderen. Water, al mijn kleren zijn nat. ‘s-avonds schep ik in Stavoren zo’n zes liter water uit de boot.
De volgende dag, vrijdag, weer vroeg op en via Workum naar Mecemblik. Het zicht is prima vandaag. De zon schijnt, maar het waait bijkans nog harder. De temperatuur komt ook niet veel hoger dan een graad of 6.
Als ik het baken van Medemblik heb gefotografeerd, besluit ik de volgende onder de afsluitdijk over te slaan en gelijk naar Enkhuizen te zeilen. Ik moet hiervoor weer hoog aan de wind. Met nog een reef erin gaat het boven verwachting en besluit toch maar om te keren en m’n route helemaal te verzeilen.
Als ik om 17:00 uur bij het Krabbersgat kom is het een drukte van belang. Het weekend van de Bolkoppen race, vandaar.
Met nog 3 collega-solo-zeilers gaan we richting Lelystad, waar ik om 20:00 uur aankom. Het is zoeken in het donker maar vind de ingang en ga slapen. In de sluis nodigde eentje me uit om
lekker door te varen naar Volendam, automaatje aan, fokje erop, lekker eten maken onderweg. Ik ga er niet op in. Hij komt daar om 22:10 uur aan en blijft de volgende dag tot 10:00 uur uitslapen. Dus ben ik hem weer voor, want tussen Hoorn en Muiden nemen we foto’s van elkaars schip.
Vandaag ga ik finishen. De wind is afgenomen tot 3-4 Bf. Dus meer zeil erop en een wat rustiger IJsselmeer.

Als ik om 17:00 uur de finishlijn passeer, heb ik met een gemiddelde van 4,5 mijl per uur 200 myl afgelegd en 43,37 uur gezeild, 33,00 uur gerust en 1,00 uur op de motor gevaren bij sluizen en havens en word hiermee 17e. van de 29 gestartte schippers.

Bauke Jager,
S/Y Mira – Balk,
1998

 

200 myls ‘SOLO’ 1998 door Arie Petrus

200 myls ‘SOLO’ 199830 september – 4 oktober aantal deelnemers    ingeschreven:    31 gestart:               29 gefinished:         19
Het palaver was op woensdagmorgen om 09.00 uur, waarna er om 10.00 uur gestart zou worden.
Dus aan het eind van het palaver iedereen snel naar zijn boot terug, de laatste kleine dingetjes regelen en zo snel mogelijk naar het startschip.Vlak bij de M1 lag het startschip. De startlijn lag tussen het startschip en deM1. Die lijn passeerde ik om 10.10 uur en werd ik vriendelijk uitgezwaaid door het startschip. De 200mijls Solo 1998 voor mij begonnen.
Ik starte onder vol tuig, maar al snel moest ik de Genua 1 verwisselen voor de Genua 2 .
Na het passeren van het Paard van Marken was de wind al aardig toegenomen en moest het 1e rif al in het grootzeil worden gezet.
Om 12.05 uur werd de MN1GZ2 gerond. Om 13.35 uur werd de Nek gerond en om 15.25 de OVD 3. Hierna besloot ik langs de zuidzijde van de dijk Lelystad – Enkhuizen naar Enkhuizen te varen en daar de sluis te passeren, vanwaaruit het naar de WV14 bij Den Oever zou gaan. Hier moest de keus worden gemaakt voor de te varen route.
Maar dat zou heel anders uitpakken.Tussen Lelystad en Enkhuizen ter hoogte van het in de kaart getekende visserijgebied wilde ik even wat aan de verstaging veranderen.
Even wat strakker zetten, omdat met die stevige wind het babystag toch iets doorzakte.
Dus de boot op de stuurautomaat en naar voren om de verstaging wat strakker te draaien.Bij het terug gaan naar de kuip, kwam er plotseling een golf en een windschifting, waar door de boot een klapgijp maakte.
Dit alles ging zo snel, dat ik de overkomende giek niet kon ontwijken en die vol op de zijkant van m´n gezicht kreeg en dat bij zo’n 6 Bft.
Het eerste resultaat was een hoop bloed, een gebroken neus en veel pijn in het gelaat.
Het eerste bloeden trachten te stoppen met een handoek en dat lukte na een tijdje, na wat watjes in de neus ging dat redelijk.Inmiddels was Rodney Clarck, die op zo’n 300 m bij me vandaan voer langszij gekomen en vroeg hoe de situatie was.
Groot houdend, zei ik dat het wel ging en dat ik door zou varen naar Enkhuizen, naar de Compagnieshaven.Na enige tijd was de pijn weggezakt, doordat het continue regende en het erg koud was, maar voelde ik wel dat alles nogal gezwollen was.
In de sluis keken de mensen me nogal vreemd aan, maar zeiden verder niets. Aangekomen bij de Compagnieshaven stonden er al een aantal zeilers op me te wachten, o.a Rodney Clarck en Herman Tieman.Het blijkt dat je in zo’n situatie rare dingen doet, want ik wilde gewoon doorgaan. Tenslotte had ik maar een gebroken neus en dat was wel vaker gebeurd. Zo te voelen stond hij er nu beter bij dan voorheen.
Eerst maar eens wat eten. Van thuis had ik voor de eerste dag Chili-Concarne meegenomen en bij de eerste hap al wist ik dat er meer aan de hand was.
Ook bij mijn bovenkaak was er het een en ander mis, dus zou het toch een dokter worden.
Maar onbekend als je bent in Enkhuizen, hoor je dan dat er in Enkhuizen geen ziekenhuis is en dat het dichtsbijzijnde ziekenhuis in Hoorn is.
Maar door inpraten van de mannen en mijn echtgenote toch besloten een dokter op te zoeken.
Na een tijdje door Enkhuizen te hebben gelopen, en natuurlijk geen dokter opgezocht (lekker eigenwijs), weer terug naar de boot.
Inmiddels was ik er wel van overtuigd, dat ik de 200myls niet verder kon uitzeilen dit jaar.
Ik besluit, wat een kronkel eigenlijk, na een wat paracetamol en een paar Berenburgers te gaan slapen en de volgende morgen terug te varen naar Almere. Want stel dat ze je in dat ziekenhuis houden en dan ligt je boot in Enkhuizen.De volgende morgen nadat een ieder vertrokken is en na weer een paar paracetamolletjes weer de sluis door richting Almere. Gelukkig regende het nog steeds en was de temperatuur ook nog zeer laag, zodat ik nagenoeg geen pijn voelde.Ter hoogte van Muiden het startschip opgebeld en me afgemeld. Natuurlijk waren die allang door anderen op de hhogte gesteld van mijn ongevalletje.
Mijn zoon gebeld dat hij me in de haven van Almere moest ophalen met de auto en dat hij de papieren voor het ziekenhuis moest meebrengen.
Die stond dus in de haven te wachten met een draaiende motor en omdat het zo koud was een bijstaande kachel.
Nou dat heb ik geweten. Had ik tot nu toe nagenoeg geen pijn gehad, dat haalde het nu in.In het ziekenhuis aangekomen werden er bij de Eerste Hulp foto’s gemaakt.
Na het opmaken van het verslag, waarbij ik vertelde dat het gisteren gebeurd was en dat ik terug was komen zeilen vanuit Enkhuizen, kreeg ik van de betreffende arts verschrikkelijk op m’n flikker, om het zo maar eens te zeggen, want het bleek dat buiten m’n neus, de bovenkaak op een paar plaatsen was gebroken en dat een deel naar binnen was gedrukt.
Thuis gekomen dorst ik voor het eerst in de spiegel te kijken. Een paar blauwe ogen en een blauw gekleurd gezicht konden toch nog terug glimlachen.
Gelukkig is dat allemaal, na een snel volgende operatie, weer goed gekomen en zag het er na verloop van tijd weer redelijk uit.SlotbeschouwingHet gekke is, dat je als in zo’n wedstrijdtocht bezig bent dat je eigenlijk ten koste van alles verder wilt gaan.
En toen ik daar dan, na die klap, op dat dek lag, dat er dan alléén maar door je heengaat, bijblijven, bijblijven, anders ga je overboord en dat bijblijven lukt dan ook nog.
Voor mij was deze 200 myls dus eigenlijk al op de 1e dag voorbij.
Maar gelukkig is er volgend jaar weer een 200 myls ‘SOLO’.
http://www.200myls.nl/Arie Petrus
S/Y Fighter

 

De 3e. 200 myls ‘SOLO’ 1998 door Jan Luyendijk

door Jan Luyendijk (Huizen, 11 oktober 1998)

N.T.P.november

Dinsdag, 29 september 1998
>Even snel de afspraken nakomen, toch problemen, even bellen, nog wat lijftocht inkopen voor de reis, avondeten tot me nemen, ‘t vrouwtje gedag kussen, wat goede raad aannemen, zoals, onder andere, doe voorzichtig en … maak er wat van … dan als de gesmeerde bliksem, lopend, naar de boot.
Buiten adem, nog navibrerend, door de laatste spurt en net nog voor 18:00 uur, kan ik op de dinsdagvond 29 september, in de oude haven van Huizen de touwtjes van de Tam Tam losgooien om met m’n maatjes, die al in ‘t kommetje, buiten de havens, op me liggen te wachten om naar Muiden te varen en ook ons te melden voor de 200 myls.
Onderwijl we naar Muiden varen, denk ik aan de andere deelnemers, die van verre komend, al in Muiden in de Stichtingshaven zullen liggen of hun laatste lootjes aan het leggen zijn.
De ‘Tam Tam’ in de Oude Haven van Huizen

>Bijvoorbeeld Dick Geurts, woont in Zetten , z’n boot ligt in Herkingen aan ‘t Grevelingenmeer. Zo’n lange reis en dan nog, als het een beetje tegen zit, 5 dagen in je uppie er tegen aan in de 200 myls ….. en hij heeft er nog plezier in ook, wat wel bleek uit z’n commentaar, een jaar geleden.
Verder nog zo’n uiterste, Frits Boer uit Bellingwolde, die z’n Finerre 24 in Oostmahorn heeft liggen. Hij moet 2 wantijen over. Als het meezit, een paar dagen heen varen, de 200 myls verzeilen en dan weer terug. Vooruitzichten, koud, rond de 10° celsius, regen, 5-6-7 Bf, dus eigenlijk gewoon pokkeweer. Op basis van ‘t gewogen gemiddelde van afgelopen tijd zou de beste beslissing zijn om ……….maar ja, zo zitten de meeste zeilers niet in elkaar, die willen, ‘t liefst, zoveel mogelijk, gewoon ‘knoeperen’.

Toch is het wel leuk om zo’n soort wedstrijd te organiseren. Iedereen wil weten, waar hij aan toe is. Je hebt dus met vrijwel alle deelnemers gesproken, met ze getelefoneerd of ge-e-maild.
Een ding is me wel duidelijk geworden, iedereen heeft echt er zin in.

Het mooiste waren m’n laatste 3 telefoongesprekken van gisterenavond met een paar deelnemers, die in de veronderstelling waren, dat de race i.p.v. woensdagochtend de 30e., op donderdagochtend de 01e zou beginnen. Die moesten dus even alles uit de kast halen om hun zaakjes een dag eerder voor elkaar te krijgen.

Zo mijmerend vaar ik met de andere jachten onder de Hollandse brug door …
Nou we zullen wel zien wie er in Muiden zijn.

in MuidenPiet Bakker en z’n ‘Balder’ Het noordwestenwindje van nu zou morgen Oost worden. We moteren dus maar verder. Piet Bakker met z’n Balder, onze Australier Rodney Clark, de Foetsie met Cees de Wit en de aangestelde start/opnameschipper Gerard Lenselink met de Allegro met z’n tijdelijke bemanning en ook mijn Tam Tam komen ongeveer gelijktijdig de Stichtingshaven binnenvaren.
De jachten met de solovlag in de
achterstag liggen al rijen dik aan de langssteiger. Vrijwel iedereen is al binnen. Daar staat Cees Zeilstra van de Zeemuis, zo langzamerhand een e-mailvriendje ge- worden en Dick Geurts met z’n Idefix, Han Beijersbergen van de Ann Sophie. Ik meer de Tam Tam af aan de Exploision II, een X 99, het nieuwe schip van Jan de Ruiter. Aan de wal van de Koninklijke ligt de Explosion I, de Dynamic 37, het schip, waarmee Jan verleden jaar als eerste in de 200 myls finishte.
De oud-deelnemers herken ik allemaal, maar ook veel nieuwe gezichten. Handjes schudden, praatje maken, belangstelling, informatie over en weer. Allemaal ‘solozeilers’ maar wel typisch jongens van stavast en met een sociale inslag, wat me toch altijd opvalt bij die kerels, die veel alleen zeilen.
Het is behoorlijk fris, de vallen beginnen al te tikken en af en toe mottert ‘t wat.We spreken af om in de kroeg van ‘Ome Ko’ een ‘bakkie’ of ‘gele rakker’ te pakken. Daar zal het wel warm zijn.
Er blijven toch nog schippers, wat onwennig met ‘t contactueuse gedoe, in hun boten hangen.
Uiteindelijk na hier en daar een praatje, zitten vrijwel alle schippers om de grote gelagtafel in ‘Ome Ko’ en al spoedig komen de verhalen los. Het is er tenminste echt warm, met ‘n prachtig sfeertje, rokerig, maar wel gezellig.
De dochter van Henk Van Breda belt me op met de mededeling, dat haar vader er zo aankomt. Ook hij had ‘t idee, dat de wedstrijd pas overmorgen zou beginnen. Laat op de avond komt Henk nog even binnenvallen. Hij komt wel op ‘t palaver om 09:00 uur, maar hij moet nog zoveel dingen zakelijk afregelen, dat hij pas laat in de middag zal starten.
Dit zal wel ten koste van z’n reglementaire rusttijd gaan.Tegen half twaalf is de kroeg weer leeg.Aan de lange walkant ligt ook de Colin Archer van Rob Bijnsdorp. Jammer, dat hij niet even bij Ome Ko of in de Stichtingshaven was, dan had hij alvast het sfeertje kunnen proeven, wat toch wel informatief zou kunnen werken, als hij zijn artikel moet schrijven voor ‘ons’ superblad ‘Zeilen’, tenminste als het over de 200 myls gaat.Ook Fokke van der Valk is inmiddels binnengelopen met z’n gehuurde Drifter 25’.
Z’n stalen, oude getrouwe Dutch Dandy, de Douwe Dabbert, had probleemjes met lekkage bij de hennegatskoker.
Veel werk heeft hij gehad om te proberen de 200 myls naar buiten, onder de aandacht van de pers te krijgen.
Fokke zorgde er ook voor dat Eduard Rijnja, hoofdredakteur van ‘Zeilen’, Rob Bijnsdorp enthousiast maakte om deze wedstrijd mee te zeilen en er verslag van te doen.Om 00:10 ga ik te kooi.
Woensdag, 30 september 1998

Om 05:30 uur ben ik uit de veren, een kwartiertje voordat die hatelijke wekkers van mij hun gebrul kunnen laten horen.
Er is toch nog heel wat voor te bereiden. Eerst douchen en scheren, 2 thermoskannen, koffie en een met heet water, eventueel voor de soep. Brood smeren, beleggen. Ontbijten met jus d’orange, warme pistoletjes met beenham, mijn dag kan niet meer stuk. Dan even de caps, logboeken en de fototoestellen klaarleggen en het palaver voorbereiden.

Het is toch wel een beetje spannend.
Vandaag zal het moeten gaan gebeuren.
Maandenlange voorbereidingen, o.a.
achter m’n computer. Bedenken en aan-
passen van een goedlopend en korrekt
wedstrijdadministratie-reken-programma,
speciaal voor de 200 myls, met z’n han-
dicaps, puntenaftrek en banen (route-
mijlen). Eventuele problemen proberen
af te vangen. De routes, de DOS formu-
lieren, het schrijven van een programma
om de databasefiles, automatisch in en
naar de HTML te pompen, zoals de deelne
mers, status- en uitslagformulieren.
Met Marco, die de frames en
opzet van de Internetsites
gemaakt heeft de sites met
Java en HTML aanpassen.
Er ‘n attractief verhaal, met ‘n
beetje logica, om er een z.g.
gelikte wedstrijd van te maken.Nu komt ‘t er op aan, dat
iedereen, ondanks het weer,
er zin in heeft, in de wed-
strijd als opzet en in ‘t idee
gelooft.
Tegen achten komen de eerste schipperskoppen al boven de kajuit uit.
De eerste blik gaat dan steevast naar het windvaantje en het kompas, daarna wordt er voorzichtig het handje opgestoken om weer snel onderdeks te gaan om de laatste voorbereidingen te treffen voor de wedstrijd.
Om half negen lopen Piet Bakker en ik, gepakt en gezakt met de 200 myls attributen, alvast naar Ome Ko.Inmiddels is Ruud Kattenberg, de redakteur van ‘Zeilen’, ook al gearriveerd. Hij neemt vele foto’s en stelt z’n vragen.
Hij toont zich gezellig en stelt zich zeer enthousiast op, hij geniet duidelijk van het gedoe, van de schippers, die al wat gespannen voor de wedstrijd het emplacement binnen komen waaien en aan de gelagtafel plaatsnemen.
Hij vertelt, dat ‘Zeilen’, wel wat meer met deze wedstrijd zou willen gaan doen. De Driehoek Noordzee voor ‘t buitenwater en de 200 myls ‘SOLO’ voor het binnenwater. Het lijkt me wel een fantastisch idee. Maar ja … ??Een enkeling neemt nog even snel de bekende gebakken eieren met kaas en bacon van Ome Ko tot zich.
Palaver
Het is 09:00 uur exact. Het palaver kan beginnen. Een dictafoon wordt door Ruud Kattenberg onder me geschoven.
Iedereen welkom heten en vertellen, dat we door ‘t palaver heen zullen knallen. Elke schipper krijgt alvast z’n logboek, z’n cap en z’n wegwerpcamera overhandigd door Piet Bakker.
Het is heerlijk rommelig. De koffie en appelgebak met slagroom wordt tijdens het doornemen van de presentielijst opgediend.Het blijkt, dat 3 schippers niet op zijn komen dagen. Frits Boer uit Bellingwolde. Dat is toch wel jammer. Het zal hem toch te slecht en te ver zijn geweest. Piet v.d. Zwaan, de sponsor, die de appelgebak en koffie voor me zou betalen. Ondanks de zekere belofte, dat hij zou komen, laat ie het jammer genoeg afweten.Rob Bijnsdorp had zich al afgemeld, hij scheen een te belangrijke bespreking elders te hebben en zou later op de dag evenals Henk van Breda, ten koste van z’n rusttijd, de start maken.
Wat voor een verhaal zal dat worden van Rob, want ook ‘t palaver is toch een wezenlijk onderdeel van het sfeertje en de wedstrijd. We zullen met 29 deelnemers moeten starten. Inmiddels is ook onze Bob gearriveerd.
De veranderde merktekens, de OvD3 voor de LS, De staak V 15, bij Medemblik, i.p.v. de windmolens. Een toegestane overnachting in Enkhuizen op de heenweg worden doorgesproken.
Ik maak de opmerking, dat ik absoluut de V15 op de foto wil zien.De positiemeldingen voor ‘t Internet dienen kort en krachtig te zijn. Met Bob en Marco is deze procedure, denk ik, redelijk doorgesproken. Bob zal de vertrektijd – aankomsttijd en de rusthaven per deelnemer telefonisch, elke dag tussen 18:00 uur en 22:00 uur, aanhoren en verwerken op een daglijst.
Marco zal dan de Internetpagina ‘Positie Deelnemers’ tussen 22:00 en 23:00 uur aanpassen.Iedereen , die belangstelling heeft voor de 200 myls ‘SOLO’ en over Internet beschikt, kan dan de posities van de deelnemers opzoeken en vergelijken.Alleen of op vrijdagavond, 2 oktober, de meldingen, tijdens het trouwfeest van onze neef Bas met z’n Leore, goed zullen doorkomen, staat nog te bezien. Bob en Marco zijn echter creatief en inventief genoeg om de eventuele problemen goed op te lossen.

Verder worden er nog wat aangepaste reglementen besproken. Ook Piet Bakker geeft met een toelichting een extraatje over de veiligheid tijdens de race.Tijdens het palaver hebben diverse schippers hun wegwerpcameraatje helemaal uitgepakt, dus geen kartonnetje met gebruiksaanwijzing er meer op. Ongerust komen ze een nieuwe vragen. Behalve Rodney Clark, die met kale cameraatje zegt, dat ‘t zo ook allemaal zou moeten lukken. Na de race komt naar voren, dat hij de beste en de mooiste fotosessie heeft gemaakt. Ik ruil echter de meeste kale camera’s om, die er niet uitzien zonder verpakking, en kom later tot m’n schrik tot de ontdekking, dat alle cameraatjes zijn ingenomen door de schippers, dus zal ik het met m’n eigen camera moeten doen.
Het is nog steeds lekker rommelig in ‘Ome Ko’.
Alle resten appelgebak verdwijnen in de monden van de hapgrage schippers. De koffie wordt opgedronken.
Ik geef wat uitleg over de startprocedure, waarbij ik vooral de schippers van de wat grotere jachten waarschuw vooral voorzichtig te zijn bij ondieptes, zoals ook bij de start, ten oosten van de M 1.Ik wens de schippers een goede vaart en een behouden thuiskomst.Het 10 minutensein zal exact om 10:00 uur worden gegeven, waarna om 10:10 uur zal worden gestart.
In een oogwenk is de gelagtafel leeg en betaal de totale vertering van f. 300.– voor de koffie en appelgebak met slagroom…….
Nadat het unieke, mooie stukje Muiden, langs de Vecht, tussen ‘Ome Ko’ en de
Stichtingshaven is afgelegd zien we al de eerste deelnemers met hun
‘1 wimpel’, de geadopteerde singlehanded vlag, op weg gaan naar de startlijn,
bij de M 1.Ruud Kattenberg, krijgt van mij een lift naar het startschip de Allegro.
De tweemaster ligt al majestueus voor anker ten westen van de M 1. De startlijn
is ruim bemeten, zodat er hopelijk geen startproblemen kunnen ontstaan. Ruud is
nog steeds enthousiast. Motorend en pratend manouvreer ik de Tam Tam naast de
Allegro en Ruud springt soepel over om z’n verslaggeving en foto’s van de race
op de Allegro voort te zetten.
Door de organisatie van de 200 myls ook nog eens zelf in de hand te houden,
het afzetten van Ruud op de Allegro , heb ik zelf nog niet echt de kans gehad me
goed op de wedstrijd en de start voor te bereiden.
Toch weet ik me na het 5 minutensein al in een vrij gunstige posite te manouvreren
en zeil, vrijwel gelijk na het startsein, over de startlijn.Vrijwel de hele vloot lelt, gedreven door een Oostelijke 5 Bf met een noodgang
richting Paard van Marken. De Ann Sophie en de Idefix nemen vrijwel meteen de
leiding. Arno van Lottum met z’n Kolibri 560, Bauke Jager met de Mira, Arie
Petrus met z’n Fighter, Rodney met z’n Southern Cros liggen in de beginfase
vrijwel bij elkaar, zodat ze zich meteen voluit in de wedstrijd kunnen meten.
De Trimaran, de Passion van Danker Daamen heeft rechts omkeert gemaakt. Rustig huppelt de Passion weer terug naar Muiden.
Na ruim 10 minuten, werkelijk fluitend, komt de Trimaran, als een speer voorbij zeilen. Zeker met 15 knopen. Nou, die heeft morgenochtend al z’n 200 myl gevaren en met een handicapfaktor, voor die snelheid, van ‘lik m’n vessie’, daar klopt helemaal niets van.
Ik vraag me af hoe je dergelijke schepen, monohulls tegen multihulls, echt zou moeten berekenen. Het heeft me al een avond gekost om de voors en tegens, de berekeningen, adviezen over de deelname van de Passion aan te horen. Ik vind nu eenmaal dat elk zeilschip mee moet kunnen doen, als de schipper maar aan de juiste kriteria voldoet. Al snel is de Passion verdwenen. Het zicht is ongeveer anderhalve kilometer, maar zo snel uit zicht, dat is echt ongefooflijk. De wind trekt iets meer aan en ‘t log schommelt tussen de 6 en 7 knopen.
Met Piet Bakker, die me op de hielen blijft zitten en Cees de Wit ronden we om 11:20 uur de GZ 2.De Nan, een Spirit 28 van Herman Tieman en de Jonker Frederik van Harmen Veenstra varen ruim voor me uit. M’n Jeanneau Sunlight 30 is groter, dan een Maxi 77, een Spirit of een Friendship 28.
Qua waterlijn, met m’n favoriete, knik in de schoot-koers, moet ‘t voldoende zijn om deze tegenstanders, lager gewaardeerd met hun handicapfaktor, voorbij te zeilen.Wat doe ik verkeerd. Moet ik m’n 1e. rif eruit halen, m’n grootzeil iets boller maken. Het staat er allemaal tof bij. Eigenlijk heb ik er helemaal geen zin in om me uit te sloven. Het gaat lekker hartstikke lekker zo.
Het mottert af en toe, maar de wedstrijd loopt. De grijze massa om me heen hebben de meeste andere 200 myls deelnemers opgezwolgen.
Om 12:50 uur gaat de Nek op het kiekkie met de passerende Nan en Jonker Frederik
erop. Mooi plaatje voor m’n Internetsite.
De koers wordt verlegd naar de OvD 3 bij Lelystad. Helaas niet bezeild.
Het automaatje er maar op en 35° à 40° aan de wind instellen en knoeperen maar weer.Even is er tijd om o.a. Gerard Lenselink van het startschip met de GSM op te bellen
om te vragen of de start en het bezoek van Ruud Kattenberg verder goed is verlopen.Ruud blijkt te zijn afgezet en is op weg naar z’n volgende artikel.
De start was verder goed verlopen, maar ervoor, nog in de haven, had zich een incident voorgedaan. Cees Zeilstra was tijdens z’n achteruit-manouvre bij het wegvaren nogal behoorlijk in aanvaring gekomen de preekstoel van de Cydaris van Martin Hulzebosch. Deze kon daarom niet meteen wegvaren en moest in ieder geval een noodreparatie uitvoeren, ook ten koste van z’n rusttijd. Dus pech voor Martin. Hij scheen behoorlijk gedesillusioneerd te zijn.Inmiddels waren Rob Bijnsdorp en Henk van Breda aangemeld en zouden gaan starten. Beide Colin Archers te laat. Mijn vraag aan Gerard of dit een toevalligheid was of een typische Colin Archer-schipper-instelling …..bleef niet helemaal onbeantwoord.
Ook Rob van Dam met de Trintella I had problemen. Hij was de Nes binnengelopen met verstagings problemen. Rob zou deze verstaging proberen te repareren en zich weer aanmelden, als hij eventueel z’n wedstrijd zou voortzetten.‘t Kruisrak naar de OvD 3 was puur genieten. Wel moest ik wat terugnemen van de rolgenua. Inmiddels was ik ook voorbijgelopen door Jan Bijleveld, de schipper van de ‘Bontekoe’ een First 43.5. Hij had duidelijk m’n raad aangenomen en was wat later gestart om zich niet in het strijdgewoel te mengen. Zo’n groot jacht met een diepte van 230, met die lappen zeil erop laat zich toch iets ongemakkelijker sturen op de vierkante meter.
Door m’n aandacht te richten op de telefoongesprekken was m’n achterstand ten opzichte van de andere jachten iets toegenomen. Dan m’n automaat er maar af. Om 15:50 uur rondden o.a. de Foetsie, om 15:55 uur de Balder en om 16:00 uur exact de Tam Tam de OvD3.
Riffen eruit en proberen de snelheid op te voeren. Met af en toe ruim 9 knopen, lelde ik na 10 minuten Piet Bakker en na 20 minuten Cees de Wit voorbij, op weg naar Enkhuizen. De lucht werd grouwer, t zicht minderde, de motregen zette door en de wind trok iets boven de 6 Bf. aan.Vlak voor de Krabbersgatsluizen van Enkhuizen stoof er met volle vaart een reddingsboot voorbij. Toch niet voor een van ons hoop ik.Voor de sluis lag Jan Bijleveld rustig voor anker. Even later haalde Jan ’t anker van z’n Bontekoe op en maakte zich klaar voor de schutting door de sluis met de Zeemuis van Cees Zeilstra, de Nan, Cees de Wit en later de Balder en m’n Tam Tam.
Om 18:35 uur voeren we met z’n allen door de havenlichten van de Compagnieshaven. De Scheerling van Albert Broshuis en de Lupa maris van Ed Megens lagen in ‘t kommetje voor de steigers reeds achter hun anker. Even zwaaien, duim en omhoog. Wij voeren door en kregen een achterafplaatsje, helaas onbetaald door ons, aan de westwal vlak voorbij het havenkantoor.

Enkhuizen

Eindelijk rust. Ik vond het wel genoeg, half zes op, voorbereiding palaver, dan ‘t palaver, aandacht, organisatie, start, wedstrijd. Even tijd voor een pilsje, wat droge kleren, en op m’n gemak ‘n hap eten. Oven en olielampje, warmte en rust!
De welbekende 1e. dagzeilmaaltijd, de bami van Thea, werd snel in de oven gezet. De notities van koersen en rondingstijden van de merktekens werden in ‘t net genoteerd. Een beetje schoonschip maken, want door het kruisrak naar de OvD waren er wel een paar zaken op de vloer van de kajuit terechtgekomen. Een behoorlijk potlood was er b.v. niet meer te vinden.
Inmiddels was het al donker geworden en zag ik buiten, dat de andere schippers ook orde op zaken probeerden te stellen
Dan de bami uit de oven, satehsaus erover, een beetje ketjap en sambal oelek, de eetstokjes pakken en de eerste boem, boem, boem op m’n schip waren alweer te horen. Na het uitnodigende …. Joeh, kom maar binnen, stak de kop van Jan Bijleveld door de kajuitingang.

Ik wenkte Jan naar binnen en gaf ‘m een pilsje, terwijl ik lekker kon doorsmakken. Jan vertelde, dat hij al een uur voor anker lag om te wachten voor ‘n helpende hand van een van de deelnemers bij het aanleggen in de sluis. In de haven op weg naar de walkant liep hij met z’n 2.30 meter diepgang 3 keer aan de grond.
Met z’n 58e. was Jan gestopt met werken en had eerst in Griekenland, voor een wereldreis te maken, een ander groot zeilschip gekocht, deze werd binnen een paar maanden al gestolen. Na veel ellende met de verzekering etc. kocht hij zijn Bontekoe, de First 43.5, in Nederland van een buurman in z’n haven. Met o.a. zijn zoon, af en toe wat trajecten met z’n vrouw, zeilde Jan via de Canarische eilanden naar het Caraïbisch gebied, daar bezeilde hij, in drie jaar, met z’n vrouw de talloze eilanden op en neer. Na die tijd hadden ze het wel gezien in de Caribic.
In het septembernummer van Zeilen, een reportage van Ruud Kattenberg, staan o.a. Jan en z’n zoon met een glaasje prik op de foto voor Cafe Sport op het eiland Faial in de Azoren. Voor veel zeilers een droom, althans voor mij, om dat eens een mee te maken. Een bladzijde verder in deze reportage bespeelt hij de trekharmonica, als de ultieme sailorman.

Ik spreek nog wat andere schippers en zie, dat zowat de helft van de 200 myls vloot deze nacht in Enkhuizen ligt.

Maar even onze Bob opbellen om te vragen of iedereen wel de positie en tijden had opgegeven. Ook ik had me voorgenomen om me kort en krachtig te melden, maar Bob is zo enthousiast over het feit, dat hij de centrale meldpost is, zodat ik in geuren en kleuren hoor, hoe de andere schippers het maken.
De enige dissonant, die zich nog niet had gemeld is Fokke v.d. Valk.

Martin Hulzebosch was zo gedesillusioneerd door de aanvaring in Muiden op z’n Victoire 822 en door de schade, die voor hem toch te veel zichtbaar bleef, lekkage, binnenbetimmering los, dat hij had besloten om de pijp aan Maarten te geven. Ik kon me er wel wat bij voorstellen.

Arno van Lottum met de Kolibri 560 had ook opgegeven. Hij schrijft later in z’n logboek. De Lotje is niet op koers te houden met 2 reven in het grootzeil en de kleine fok. Hij loopt niet boven de 2 knopen . Naar de OvD 3 duikt de boeg steeds onder de golven door. Het water komt overal naar binnen, via de gangboorden. Dat Arno wel wat golven gewend zou moeten zijn, bewijst z’n tocht op de Lucia, in de race van IJmuiden – Lissabon in Juli j.l. Hij vertelde, dat de golven hier en zelfs nog op het Markermeer, erger waren, dan tijdens die race. Arno waait dan maar terug naar Volendam om rustiger weer af te wachten. Verleden jaar uitgevallen met een gebroken roer en nu …… de golven.

Rob van Dam heeft zich nog niet in de wedstrijd gemeld en zal wel hebben opgegeven. Jan de Ruiter was de laatste deelnemer, die Bob heeft opgebeld met de mededeling, dat hij nog een mijl of vijf van de UK 16 was verwijderd. Hij zou de enige zijn , die op de eerste dag al tot Urk kwam.
Na Bob belde ik Marco, die bevestigde, dat alle gegevens waren doorgefaxt. Deze stonden al keurig op de Internetsite.

Nog even aan de wal voor een praatje, maar iedereen is te kooi. Voor het havenkantoor ligt inmiddels ook de Drifter van Fokke. Ik keer terug naar de Tam Tam en na een glaasje whiskey en nog wat schrijfwerk ga ik om 00:30 uur te kooi.

Donderdag, 01 oktober
Om 05:10 uur, weer ruimschoots voor de wekker gaat, spring ik m’n kooi uit en kijk meteen naar buiten. Ik zie al een rood toplicht voortgang maken richting IJsselmeer. Aan de halen van ‘t licht is te zien, dat het toch al flink moet waaien. Later kom ik erachter, dat de vroege vogel, vast en zeker, de Ann Sophie van Han Beijersbergen moet zijn geweest.Na de de ontbijtceremonie, koffie en heet water klaarmaken, beluisteren van het weerbericht, overdenkenken of route 3 nog haalbaar is, even de hydrografische kaarten bekijken. Allemaal zaken, die toch hun tijd kosten.De Zeemuis en de Foetsie vertrekken, terwijl ik nog een 2e. rif in het grootzeil aan het trekken ben.’t Waait nu al een stevige 6 Bf. De wind zal vandaag in het noordelijk kustgebied tot en met ‘n 7 Bf. aanlopen. In de komende dagen zal de wind meer naar het Noordoosten gaan, dus route 3 met de visa versa Den Helder – IJmuiden, vergeet ik maar. Het is nu nog stervenskoud, rond de 5° celsius. Als ik de havenlichten van de Compagnieshaven op een lijn heb, zowel bak- en stuurboord, wordt 06:35 uur genoteerd. Een groot donkere gat kijkt me aan. Gelukkig is het droog, geen al te best zicht.

Ineens zie ik de Foetsie terugkomen en vraag me af waarom. Er wordt even bijgedraaid. Hij roept me toe,dat ‘t nu voor hem te donker is, dat ie nog een uurtje voor anker gaat, totdat het wat lichter wordt. Ik hijs de zeilen en zet koers, om wat ruimte voor de tonnen en m’n positie beter te kunnen inschatten, naar de het licht van de KG 2.

Als de duisternis verdwijnt, wordt koers richting Den Oever gezet. De Tam Tam en ik zijn weer alleen op de wereld.
Net iets harder lopend, dan de golven, met een bakstag- Oostenwind, knalt de Tam Tam in de brekers af en toe over de 10 knopen heen. De boot giert af en toe wel een beetje, doordat de automaat, die ‘t stuurwerk heeft overgenomen, niet helemaal kan inschatten, waar de golven vandaan komen, maar het is wel weer puur genieten.

Eigenlijk zou ‘t 2e. rif …… Neen, laat er maar in, anders moet ik echt op het handje gaan sturen. Nu kan ik me lekker met de zeiltjes bezighouden, af en toe naar onderen gaan voor een bakkie koffie, de marifoon uitluisteren en behoorlijk op de kaart kijken. In het grouwe kijk ik om me heen en zie af en toe, vaag, een zeiltje.

10,64 knopen ! Het absolute record tot nu toe.
Als ik, terug op de wal in Muiden, van dit record aan Ruud Kattenberg vertel, vraagt hij mij of ik nog garantie op dat log heb.

Een mijl of vier voor de WV 14 blijkt, dat m’n drift en deviatie verkeerd is ingeschat. Het nieuwe kompas heeft een veel kleinere afwijking, dan m’n oude. De koers moet minstens met ruim 10° naar stuurboord worden verlegd. De gegevens van de GPS worden veel te weinig gebruikt. Slordig, want al loopt m’n bootje als een tierelier, in zo’n rak als dit, tijd verliezen door de afstand te overzeilen, is doodzonde en vooral niet nodig.

Om 09:13 uur wordt de WV 14 gerond en m’n koers verlegd
naar het zuiden, richting de UK 16.
Harmen Veenstra met z’n Friendship 28, naar alle waarschijn-
lijkheid komend vanuit Den Oever, ligt ongeveer ‘n mijl of
2 voor me.Het wordt een kruisrak en bereken, dat er ongeveer een 7
myl extra moet worden gezeild. Dit is dus met een aan de
windse koers met een aangetrokken wind van ruim 6 à 7 Bf.
met dito golven, ongeveer vijf en een half tot zes uur naar
het volgende merkteken, de UK.De grouwheid, de kou en de regen nemen toe. De wind giert.
Met deze koers ben ik maar wat blij, dat ik toch m’n
sprayhood heb gemonteerd.

De Scheerling en de Lupa Maris hebben na mij de Wieringer Vlaak 14 gerond en lopen me voorbij, op net herkenbare afstand.
In de verte komt de Zilveren Maan van Rob Bijnsdorp me tegemoet. Maar even m’n koers verleggen, want ik heb ‘m nog niet begroet als deelnemer van de 200 myls. Het blijkt, dat Rob ook zijn koers heeft bijgesteld. Onder vol tuig, een lichte helling makend, stuift de Zilveren Maan majestues de Tam Tam voorbij. Demonstratief staat Rob aan loefzij met z’n camera in aanslag voor weer een mooie foto. Al fotograferend, wuivend, duim omhoog is dit tafreel in een oogwenk weer voorbij. Volgens mij herkende Rob mij niet, wel als deelnemer, maar niet als Jan Luyendijk. Prima zo.

Inmiddels zie ik de Foetsie op me inlopen. Het voordeel van m’n voordewindse rak is alweer teniet gedaan.
Als Cees onder me doorvaart zie ik z’n gemene grijns. Hij kijkt me zo aan, van die smiecht heb ik tenminste weer te pakken. Die ziet me nooit meer terug.
Toch blijft ie m’n vriend, want met z’n 64 jaar, vindt ik het toch wel een prestatie wat hij aan ‘t doen is met z’n Scampi 30. Ondanks dat Cees de Wit gelouterd is met vele overwinningen in vele zeilraces, o.a. in diverse Flevoraces, Nachten van Spakenburg, 24 uurs en 18 uurs, onderlinge wedstrijden, vertelt hij aan iedereen, dat er voor hem op dit moment 2 evenementen zijn in het jaar, waar hij naar toe leeft. De vierdaagse van Nijmegen, voor de tichtste keer en de 200 myls ‘SOLO’, nu voor de derde keer.
Na ruim een half uurtje is de Foetsi in ‘t grauwe pokkenweer verdwenen.

Nog een schip loopt op me in, nou dat gaat lekker zo, ik voel me net een klaar over, straks maar overstag naar de Friesche kust, dan ben ik die oplopers tenminste kwijt
Hans Hofstede met de Dundazi, de Victoire 1044, loopt over me heen of ik er niet ben. Z’n prachtig staande, smal tot de top gesneden voorzeil valt me op. Dat is ‘t. De vaart aan de wind, vooral met een zessie, zeven wordt bepaald door de eerste 15 à 20 cm. van het doek, de rest er achter remt maar af.
De duim van Hans gaat naar beneden en door de GSM hoor ik, dat hij gisteren onder de dijk Lelystad – Enkhuizen ruim anderhalf uur heeft vastgezeten op het Enkhuizerzand. Vandaar die reddingsboot gisterenmiddag, die het Krabbersgat uitstoof. Hans had een vastgelopen Duitser, die hem om hulp vroeg, losgetrokken. Eindelijk lukte hem dat na veel vijven en zessen. Op zijn beurt kwam Hans echter weer vast te zitten. De mof hield het voor gezien.
Hans was nog geemotionneerd, aan z’n toon te horen. Het ging nu in ieder geval weer lekker en hij genoot er van.

Een tijd lang zag ik geen herkenbare jachten. Het regende nog af en toe. De windmeter blijf steeds tussen de 5,5 en 6,5 Bf, hangen. Het gehusseklus van de boot was niet echt prettig, de soep was al omgelazerd. De kaarten en het logboek lagen op de kajuitvloer, alsmede m’n brood, de boter en een deel van het bestek. M.a.w. , een grote troep in het schip.

Ineens, na ongeveer 17 myl, ligt de Idefix van Dik Geurts over bakboord. Ik moest, als de gesmeerde bliksem, snel ruimte geven.
De wind kromp iets meer naar het oostnoordoosten. De windmeter bereikte af en toe de 7 Bf.
In de verte zie ik de Idefix de UK 16 ronden. Tot m’n grote verbazing merk ik de wit, blauw gestreepte spinaker van Dik op.
Heeft hij geen windmeter aan boord of zou zijn wind anders waaien, dan de mijne. Hij zeilt wel ruimwinds, maar toch wel een beetje ….. kamikaze. Plat ging ie, rechtte zich weer en ging opnieuw plat. Even later stond de spi prachtig bol. De X 102 zag je niet meer, alleen de schuimende streep met de spinaker ervoor.

Martin Drienhuizen belt me op om te vragen hoe het gaat en of er nog calimiteiten zijn te verwachten. Even begrijp ik deze vraag niet, zo gecontreerd ben ik aan het zeilen. Ja, calimiteiten, als ik dat zou weten en ik wil het niet weten ook, alleen ‘ns een keer lekker zeilen. Ik bel ook meteen maar even de startschipper op. Gerard van de Allegro gaat het goed en wacht rustig af hoe de finishpassages, vanaf morgen op ‘m afkomen.

De telefoon gaat weer is een keer. Nu is ‘t Marco. Pa, ik heb een zo’n raar telefoontje gehad. Ik weet niet wat ik er mee aan moet. Gaat alles goed met je ?
Na ‘t met goed bevestigende antwoord, is m’n vraag natuurlijk :”Wat voor een telefoontje ?”
Na een beetje heen en weer gepraat begrijp ik het nog niet helemaal, dus zo ernstig zal het allemaal niet zijn.

Om 15:15 uur, eindelijk de UK 16. In de verte
zie ik de Jonker Leeuwerik, afnokkend, richting
Lelystad varen. Harmen met z’n 67 jaar, de
oudste deelnemer, hield ‘t voor gezien wegens
stuurautomaatproblemen.
De dit jaar gekochte Autohelm 2000, had ie me
voor de start verteld, werkte niet naar behoren.
Toch al een hele prestatie om met die leeftijd,
aan zo’n 200 myls te beginnen.
Ik voel me nu al, met m’n pas 57 jaar, aan het
einde van m’n krachten komen. Hoeveel kerels
van 67 jaar doen Harmen Veenstra ‘t 1e. stuk
al na.Rust, ruimwinds op weg naar de VZ 1/LC 6.
Ik laat m’n dubbele rif er lekker in zitten.
Ik vind ‘t prima zo. Van mij mag iedereen
boven mij eindigen. Ik heb ‘t wel gezien.
Zo drijf ik door tot een mijl voor de VZ 1.
Weer verkeerde drift en koers. Ik moet een
boel afvallen, dus weer de mijltjes en tijd
cadeau geven. Het is niet anders.
Ik rol daarom mijn genua maar naar binnen en
zeil verder rustig op het grootzeil naar en
vrijwel in de Marina van Stavoren.
Om 18:05 meer ik af. Ik ben ‘t zat !
Stavoren
Ik zie geen deelnemers van onze wedstrijd in de Marina liggen. Wel zeilt vlak na mij de Zilveren Maan richting de Buitenhaven van Stavoren. Even later zie ik nog meer toplichten voorbijvaren. Ik hou me rustig en vind het prima zo.Oventje aan, wegens gebrek aan de kachel, wat droge kleding. Kijken wat de pot schaft. De door mij, even snel voor de wedstrijd, ingekochte kant en klaar maaltijden blijken over de datum te zijn. De gebakken eieren met veel spek met een Grieks toetje van Mona smaken overheerlijk.Nadat ik wat ben bijgekomen is het weer tijd om me kort te melden bij Bob. Maar het is weer ‘Bobby’s babble’ Er is genoeg te melden en hij vindt, en dat is eigenlijk wel zo, dat ik het een en ander wel moet weten.Hij vertelt, dat Arie Petrus zijn kaak en neus had gebroken. De babystag van Arie stond verkeerd gespannen, zodat hij besloot de terminals wat te verdraaien. Zonder lifeline en reddingsvest aan ging Arie op z’n Fighter, de Egythene 24 naar voren. Hij zette zich neer bij de babystag. Tegelijkertijd zette een golf de boot opzij en gijpte. Hij viel achterover en de giek sloeg tegen z’n gezicht. Toevalligerwijs ………, nog een geluk bij een ongeluk, ………. kwam hij in de kuip terecht.

Rodney Clark en Bauke Jager voeren vlak achter de Fighter aan en hoorde de klap en het luide geschreeuw. Ze probeerden Arie te helpen, die toen versuft in de kuip lag. Wat bijgekomen wilde Arie toch doorgaan met de wedstrijd en in ieder geval proberen tot Den Oever te komen. Rodney en Bouke keken naar het gezicht. Het zag er niet uit. Ze raadden Arie aan om terug en naar een dokter te gaan. Hij voelde geen pijn meer (door de kou) en kon ….gemakkelijk….op eigen kracht thuis komen en zo gebeurde het ook. Later bleek, dat de neus en de kaak op 4 plaatsen was gebroken.
Om als organisator een beetje radeloos van te worden.
Hij had door de reddingsbrigade opgehaald moeten worden en naar huis of anders begeleid moeten worden. Ik vroeg me af hoe dat draaiboek bij andere wedstrijdorganisaties in elkaar steekt en hoe je ‘t echt allemaal zou kunnen regelen.
Bob had Arie al aan de lijn gehad. Hij verteld : “Arie had praatjes voor tien, ondanks de pijn, die hij toch zou moeten hebben.”

Danker Daamen en Ad Beringen waren vandaag in Den Oever gebleven. Ad bleef wegens rugklachten maar een dagje in dat oord van vertier en plezier en Danker Daamen kon vanwege z’n met een paar pk’s gevulde buitenboordmotortje van z’n trimaran, vanwege de harde wind, niet van lager wal vandaan komen.
Jurrien Gunnink heeft opgegeven wegens verstagingsproblemen.
Henk Katgert wegens een onbestemd gevoel van samen uit en samen thuis met Martin Hulzebosch. Voor de wedstrijd vertelde Henk me al, dat hij problemen met z’n oren had, maar dat hij voor Martin toch had doorgezet om in de eerste instantie mee te doen, dus dat zal ook zeker hebben meegespeeld.
Jan Bijleveld is ook gestopt wegens stuurautomaatproblemen, net zoals Harmen Veenstra.
Diverse andere deelnemers, die zich meldden bij Bob, hadden door de harde wind, vermoeidheid en kou met de gedachten gespeeld om op te geven.
Er zijn nu nog 19 schippers in de race. Als ‘t tempo afvallers zo doorgaat, betekent ‘t, dat er 2 of 3 deelnemers zullen finishen.
Dat schiet lekker op. In ieder geval, is het te hopen, genoeg voor de 1e., 2e. en 3e. prijs.

Bob wordt verder bedankt voor z’n enthousiaste inzet.

Door de marifoon hoor ik Cees Zeilstra en Hans Hofstee. Ze besluiten te overnachten in Medemblik. Piet Bakker heeft het ook gehoord en meldt zich in het gesprek. Hij vertelt, dat hij in de haven in Stavoren ligt, waarop Cees zegt :”Kom toch gezellig even naar Medemblik, even een bakkie halen.” Ze lachen wat en even later gaat bij mij de GSM weer over. Piet Bakker heeft van Bob gehoord, dat ook ik in Stavoren lig. De Balder is afgemeerd in de oude haven, vlak tegenover het vrouwtje van Stavoren. Rob Bijnsdorp en Philip Heil van de Polkados liggen er ook. Piet heeft tevergeefs naar me gezocht. Hij is z’n logboek kwijt, vraagt of ik er nog een heb en waar we elkaar dan kunnen ontmoeten.

We spreken af, dat hij bij het ‘Vrouwtje van Stavoren’ zal wachten. Ik heb nog een logboek over en pak de GSM mee, je kunt niet weten, en ga op weg naar het vrouwtje.
Het is koud, maar droog. Ondanks de beschutting van de haven giert de wind af en toe nog behoorlijk. De valletjes hoor je overal ratelen en tikken. Onderweg, denk ik, dat ik ben verdwaald, wordt een paar keer door andere deelnemers, en door Thea, Bob en Marco gebeld. Dit gaat niet zo, midden op straat, al lopend, de telefoon te beantwoorden en de zaken te regelen, dus besluit ik maar om terug te keren naar de Marina. Ik wil me afmelden bij Piet, die beantwoord de oproepen niet, want die staat natuurlijk nog bij ‘t vrouwtje te wachten.
In de Marina zie ik dat Paul Schrier met z’n Fellowship 33, de Ellship, naast me afmeert. Het wordt toch nog gezellig. We drinken samen een pilsje en ik hou ‘t voor gezien.
Om 23.50 uur ga ik te kooi.

Vrijdag, 02 oktober 1998

Om half zes, hoor ik voor de eerste keer echt, dat er een wekker aan boord is.
Het is droog, ongeveer 4° celsius, ‘t windje is rond de 5 à 6 Bf. Oostelijk met goed zicht. Wel bewolkt, maar niet zo grauw als de afgelopen dagen. Als ik vertrek ligt de Ellship van Paul nog in diepe rust.

Het wordt licht en om 07:05 loopt de Tam Tam op de motor door de havenlichten van de Marina. Een minuut later staan de zeilen bij. Achter me zie ik de Polkados, de Mira van Bauke Jager en de Zilveren Maan uit de oude havenmond van Stavoren lopen. Heerlijk dat oppertje van de Friesche kust. Hoog aan de wind richting Hindeloopen. Toch moet ik weer een slag maken voor het ronden van de H 2.
Op weg naar Medemblik met een bakstagwindje, zie ik in de verte meer zeilschepen dezelfde koers varen.
De Colin Archer van Rob Bijnsdorp is de enige, die me met vol tuig voorbij loopt.

‘t Voordeel van ‘t oppertje verdwijnt en de gaten, die achter de Tam Tam vallen, laten zien dat het nog met 5,5 tot 6,5 Bf. nog steeds stevig waait. Met de brekers mee surfend loopt ‘t log af en toe over de 9 knopen heen met nog steeds 2 reven in ‘t grootzeil en een stukje teruggedraaide genua. Het gaat magnefiek, tussen de wolken verschijnt af en toe een stukje blauw. Zelfs de eerste zonnestralen komen te voorschijn.
De kleine sterntjes, ik had ze de vorige dagen niet opgemerkt, hebben er ook weer zin in. Het wordt ondanks de kou weer plezierig op ‘t water. Dit wordt een lange, prachtige zeildag, ik voel ‘t.

Een myl of 3, bij de Kreil 7, voor de aanloop naar de gele staak V 15,
denk ik nog aan die tijd, dat we bij wsv. Gooierhaven met de 18 uurs,
als laatste merkteken, ook een gele staak, de V1 moesten ronden.
Voordat je er bijna boven op knalde, was dat door vele deelnemers
vervloekte ding vrijwel nooit te vinden, totdat we de juiste techniek
hadden gevonden. Buiten het bestek, koers en log zeilden we zig-
zaggend. Gewoon zigzaggen en goed kijken, maar ja, we hadden
toen nog geen AP of GPS. Dus nu maar ‘t koersje berekenen, afstand
bepalen en zigzaggend op het waypoint af.
Nu lette ik dus wel goed op en kon eigenlijk de staak doormidden zeilen.Proberen om een mooi fotootje te nemen voor de homepage van de
200 myls Internetsite, en ronden maar, op weg met een knik in de
schoot naar de Sport B bij Breezanddijk.

Voor me zie ik nog steeds de Colin Archer en nog een zeiltje verschijnen. Achter me of in ieder geval zuiderlijker van me zie ik Philip Heil, Paul Schrier en Henk van Breda richting de V 15 zeilend in de zon.
De schittering van het ruige IJsselmeer met z’n wolkenparijen is overweldigend. Dit is toch prachtig, hier hoef je niet de zee voor op.
Route 1 is met dit type weer een weldaad. De wolkenluchten wisselen elkaar snel af, donker, licht, zilver, goud omrand, blauw, heuse zonnestralen.

Voordat ik het besef, zitten er na de V15 alweer 10 mijl op. De zilveren Maan rondt om 12:21 uur de Sport B, terwijl het andere witte zeiltje onderhand bij Breezanddijk loopt, veel te hoog.
Ik heb het vermoeden, dat het een smokkelaar is, die niet herkend wil worden, ook dat wil ik nu niet weten. Onderwijl val ik te vroeg af en moet voor de Sport toch weer een klappie maken om ‘m op de foto te krijgen. Toch wel weer slordig. Nooit heb ik in een wedstrijd zoveel extra, met onnodige klappen, mijltjes moeten maken. Niet geconcentreerd genoeg of ben ik ‘t verleerd. De volgende keer maar zonder fototoestellen ? Voor mij in ieder geval eenvoudiger.

Om 12:40 uur is ‘t klussie weer geklaard en kan ik m’n winst gaan pakken op weg met een bakstagwind naar Enkhuizen via de KG 2. Riffen er uit en knallen maar. Eigenlijk zou ik m’n genaker moeten zetten, want de wind zit nu regelmatig onder de 6 Bf., maar ik voel m’n lijf al aan alle kanten protesteren.
Ten oosten zie ik de Nan van Herman Tieman achter me verdwijnen. Het blijft genieten en zie geen deelnemers meer.

De GSM laat zich weer horen. Ed Megens van de Lupa Maris. “Jan, ik heb meer dan een uur naar de V 15 gezocht, maar ik kon ‘m niet vinden.” “Nou, Ed, blijven zoeken dan.” “Ja, maar Jan, ik ben alweer op het Markermeer, maar het zit me zo dwars, dat ik jou maar even bel. Jan, ben ik nou gediskwalificeerd.” “Nou Ed, zo ernstig zal het toch allemaal niet zijn. We bekijken het wel, als we in Muiden zijn. Dag Ed.”

Vlak bij Enkhuizen, zie ik een bruine vloot hun wedstrijd beeindigen. Het leuke is, dat de Bolkoppenrace ook met m’n zeilwedstrijdadministratiecomputerprogramma wordt berekend.

Via de KG 2 zeil ik voor de wind het Krabbersgat in. Een platbodem voor me geeft me vragend teken of ie voorlangs kan gaan om z’n zeil te strijken. De Tam Tam valt, nog steeds onder vol zeil, voorzichtig, om een klapgijp te voorkomen wat af. De platbodem met een heel platbodemvolk aan boord strijkt de zeilen, zet voluit de motor aan en zet koers naar de haven, de Tam Tam, nog steeds zeilend, opsluitend.
Ik riep hun toe, dat ik ook in een wedstrijd lag en gaf hun een teken, dat ze wat gas moesten minderen, zodat ze achter me langs konden gaan. In plaats daarvan gaf het platbodemvolk nog meer gas bij en sloot me totaal in
De Tam Tam moest tussen wal en schip, binnen ‘n meter of 15, ‘n stormrondje maken, met een dubbele klapgijp. Gevolg een kapotte overloopstopper. Ze voeren lachend door. Ik bedankte de heren op de mij bekende, welluidende manier, zoals dat tussen schippers gewoonlijk is bij dat soort akkevietjes. Je spreekt de taal van de steigers of niet.

De motor aan. De zeilen worden gestreken. Tijden noteren.
Diverse zeilschepen met volle bemanning hebben de grootste moeite om aan te leggen aan de wachtsteiger van de sluis. Schreeuwende schippers, trekkende bemanningsleden, andersom draaiende jachten, allemaal oefeningen waarschijnlijk.
In één poging, met één lijntje, met de Tam Tam in z’n volle achteruit, meer ik af aan de wachtsteiger.

Om 15:30 uur worden de zeilen weer gehezen met nog maar 1 rif in ‘t grootzeil.
Het is een lust om in ‘t oppertje van de dijk richting OvD 3 te zeilen. Een klein knikje in de schoot, vlak water en gaan maar weer. Het windje komt nu af en toe onder de 5 Bf., maar is wel wat warriger geworden en schommelt tussen de 75°en 100°.

Om exact 18:00 uur bel ik Bob, dat ik in Lelystad mijn resterende rusttijd, 2:05 uur, zal verankeren.
Het eventuele nieuws van de andere deelnemers hoor ik morgen dan wel. M’n finishtijd in Muiden zal vannacht tussen de 03:00 en 04:00 uur te verwachten zijn.
Bob, Marco en Thea gaan vanavond naar ‘t groots opgezette bruiloftsfeest van neef Bas Boog met z’n Leore.
Bob neemt z’n GSM en meldingslijst lijst mee. Marco zal vannacht nog, bij thuiskomst, de internetbezoekers weer verblijden met de bijgewerkte sites.

De passage van de OvD 3 gaat het zo voortreffelijk, dat ik maar besluit m’n resterende rust/ankertijd in de Gouwzee bij Volendam te nemen. Het is donker en de GZ 2 is moeilijker te vinden tegen de verlichte kust aan, dan ik dacht. Eigenlijk weer niet goed opgelet. Eindelijk na wat klapgijpen en het bekende zigzaggen wordt ie gerond.
In plaats van ‘t anker, laat ik m’n besluit vallen om in de Gouwzee te rusten..
Kanaal 13 van de marifoon laat weten, waar diverse 200 mylers zich bevinden. Het bekende Zilveren Maan voor de Polkados klinkt weer. Cees de Wit vraagt iemand z’n positie aan Bob te melden. Cees Zeilstra beantwoordt Cees de Wit, als ik dan ook wat zeg, dan hoor ik :” Hé , dat is de baas, hou je rustig boys.”

De maan verschijnt, door de nog steeds jagende wolken. De Nek is van verre, door het groene licht en de donkere achtergrond, goed te herkennen.

De reddingsdienst van Marken blijkt vuurpijlen te hebben gezien. Door de marifoon hoor ik de vragen en antwoorden.

Ik keek achterom en zag ook een vuurpijl. Deze werd gepeild en kwam duidelijk uit de richting van Durgerdam, Uitdam. De hoogte van de paraplue kwam vrijwel niet boven het flitsend licht van de wolkenkrabber van Amsterdam uit.

Als dat een deelnemer van ons was, dan moest ie wel een heel eind van zijn te verzeilen baan zijn afgeraakt. Ik haalde weer opgelucht adem. Een paar minuten later kwam er een rood en groen licht met grote snelheid m’n richting uit.
De reddingsboot praaide me, ik stak m’n duim omhoog, wenkte ze en vertelde hun, wat ik had gezien.
“Dus toch ……” was het antwoord en verdwenen weer even snel als zij waren gekomen in de duisternis.
Op de marifoon hoorde ik niets meer, dan alleen voor de zoveelste keer: “Zilveren Maan voor de Polkados.”

De GSM weer: “Jan, met Albert. Ik ga anker op Jan.” “Oh, Albert. Ik ben blij, dat je dat aan mij meldt” “Jan, ik word net gebeld, dat m’n schoonmoeder in Dronten in de terminale fase zit. Ik ga met de motor met geswinde spoed naar Muiden. Daar word ik over een uur opgehaald door Jeaqueline.” “Albert, sterkte”.

Vlak voor de Nek draaide ik om 21:55 uur m’n steven. Op m’n fototoestel zaten nog 2 opnames, die ik wilde bewaren voor opnames in Muiden van het start-finishschip met Gerard Lenselink erop, dus dan maar geen Nek op de foto.

Het besluit stond bij mij nu vast, via de BVK en PH boei naar Muiden. Niet ankeren, geen rusttijd meer, dan maar strafpunten. Morgen is er nog genoeg te doen en ik voel, dat ik zo langzamerhand aan het eind van m’n latijn ben.
Om 2:05 uur te ankeren, betekent dat je met klaarmaken, plekkie zoeken, snelheid minderen, zeilen strijken enz., er minstens een paar uur verloren gaan. Neen gewoon effen doorbijten.

De wind is aan het afnemen en komt heel af en toe nog aan de 5 Bf.. ‘t Rif gooi ik eruit, de snelheid verminderd niet. Zoals eigenlijk de hele dag door blijft ‘t, ondanks de vermoeidheid, genieten. De zuidelijke halve maan wordt af en toe, gehinderd door de wolken. Het is nu echt prachtig. Ik zeil op een door ‘t maanlicht, weerkaatsende, verlichte laan, omflourst door de duisternis van de nacht. Af en toe zie ik ‘t toplicht van een waarschijnlijke deelnemer achter me.

In de vaargeul, Amsterdam-Lelystad is het een aan- en afkomen van rode, groene en witte lichten, vanuit beide richtingen. De BVK moet echter toch worden gerond. Met een beetje kamikaze gevoel, loef ik om 23:35 uur wat op richting het Blocq, dwars door ‘t scheepsverkeer heen om me wat ten oosten van de vaargeul verder te concentreren op de PH boei.

De Tam Tam loopt nog als een tierelier en voluit in het oppertje koers vlaklangs de PH en Pampushaven. Op weg naar de onverlichte M 1. Voor dit merkteken is het wel lekker een GPS te hebben, want je vergist je al snel in de hoek van de aanloop, vooral ‘s-nachts, naar de havenlichten van Muiden.

De M 1, 00:46 uur. Het log staat nu op 227 myl. De dol-enthousiaste Ed Megens schrijft in z’n logboek :”Eindelijk, FINISH. Schijnwerpers, luidspeakers, ‘n joelende menigte, pers.
Neen, niets van dit alles. Alleen een tevreden gevoel van ‘volbracht’. En,…….. volgend jaar, ‘n revanche, dan gaan we er echt tegen aan !
Zo voel ik het eigenlijk niet, ik voel eigenlijk helemaal niets meer. Ja, gesloopt en koud. M’n motoriek is schokkend. In de Stichtingshaven meer ik weer af aan de Explosion II van Jan de Ruiter. Ik struikel over alles en voor m’n idee, over elk obstakel, dat hoger is dan een cm.

Han Beijersbergen begroet me, ziet me modderen en komt me helpen. Hij nodigt me uit voor een borrel en zegt ie :”‘t is warm bij me in de kajuit.” Ik weet niet hoe snel ik de troep, de troep latend, aan boord van de Ann Sophie moet komen om de daar warmte van de kajuit op te zoeken. Dick Geurts, ook net binnengelopen zit al aan z’n pilsje. Han denkt, dat ie de wedstrijd wel heeft gewonnen. Hij blijft daar toch wel een beetje over door zeuren,, voorbij gaand aan het feit, dat ook de andere solisten een prestatie hebben geleverd en nog aan het leveren zijn. Binnen ‘t uur lopen ook Hans Hofstee, Cees Zeilstra en Rob Bijnsdorp binnen. Om 02:00 uur ga ik te kooi.

Zaterdag, 03 oktober 1998

Start-, opnameschipper Gerard Lenselink van
de Allegro neemt de logboeken in ontvangst
van Henk Van Breda van de Batavus en Cees
Zeilstra van de Zeemuis

Muiderslot vanuit de Stichtingshaven

Om 06:00 uur weer de reveille, douchen, potten koffie, een beetje de troep opruimen.
Het is zwaar bewolkt, alles ziet er als gewoonlijk dit jaar weer grauw uit en ‘t miezert, de Zuidelijke wind zal hoogstens nog een drietje, viertje zijn.
Terwijl de Stichtingshaven nog in diepe rust ligt, loopt eerst Ed Megens, die meteen de kooi induikt en daarna Cees de Wit met z’n Foetsie binnen. De sporen van de tocht zijn duidelijk op z’n gezicht af te lezen. Hij is zijknat en koud. Ik bied hem de helpende hand en nodig ‘m uit om samen te ontbijten. Bij het woord warme pistoletjes uit de oven, komt er ineens weer ‘n gelaatsuitdrukking op Cees z’n gezicht.

Zolangzamerhand is het weer elkaars rauwe handen schudden, interesse, weer handjes schudden, bespreking op de Allegro met de start/opname schipper Gerard, verhalen aanhoren, en natuurlijk vertellen, Bob en Marco aan de lijn, die de laatste meldingen doorgeven op de sites, binnenlopende schippers opvangen. Gezellig druk, moegestreden, tevreden schippers.

Ruud Kattenberg en Laurens van Zijp, komen hun laatste plaatjes en verhalen van en over de 200 myls kompleteren en schijnen Rob Bijnsdorp te willen ronselen om met hun uit te varen om de resterende schippers op te vangen.
Ruud vertelt, dat hij met mij en de redacteuren van het blad ‘Zeilen’ later de wedstrijd wil evalueren om te kijken, wat ‘Zeilen’ als toegevoegde waarde voor de 200 myls of andersom zou kunnen betekenen. Ik ben er enthousiast over. Even later varen ze uit op weg naar de laatsten van de 200 myls.

Bouke Jager ligt buiten te wachten op een lift van een ander schip. Z’n akku is volledig leeg. Dik Geurts stelt zich beschikbaar en haalt Bouke en de Mira op.

De dag verstrijkt, de resterende schippers finishen op één na, dus moeten we weer wachten op Fokke v.d. Valk, net zo als verleden jaar. Toen was ie werkelijk na de wedstrijd nog een hele tijd zoek met alle gevolgen van dien. Politie, opsporing, enz. De wedstrijd echter is afgelopen, als de laatste schipper is gefinnisht. Maar Fokke neemt z’n tijd met de gedachte van ik zeil en dan zal ik blijven zeilen ook, en wel tot het laatste ogenblik.

Rob Bijnsdorp, komt nog even met z’n blocnote langs.
Vanavond nog, zal ik thuis op de computer, maar de gegevens, tijden van de logboeken uitzoeken en een ‘pro forma’ wedstrijdberekeningen maken en naar Rob z’n huis in Hilversum brengen. Dan kan die de kop en de staart aan z’n verhaal over de 200 myls maken.

De meeste deelnemers hebben weer koers gezet naar hun thuishaven., Degene, die zijn blijven liggen o.a. Cees Zeilstra, Ed Megens en z’n Clarissa, Jaap Verkerk, Herman Tieman, Gerard Lenselink met z’n vrouw en ik, brengen de avond door bij ‘Ome Ko’ met een aansluitend etentje bij Graaf Floris. Eigenlijk een dag om nooit te vergeten.
Om 00:10 uur ga ik te kooi.

Zondag, 04 oktober 1998

06:00 uur. Het is droog. Er staat hooguit een drietje. Het is nog rustig in de haven.
Met een pot dampende koffie kunnen de zaken eindelijk is op een rijtje worden gezet. Gisteren was daar door alle drukte totaal geen tijd voor.
Om 10:30 uur finisht eindelijk Fokke. Hij geeft om 11:30 uur z’n logboek en camera af aan de opname-schipper.
Om 11:35 uur worden alle camera’s en logboeken op aantal en naam gecontroleerd aan mij overgedragen. 10 minuten later vaar ik Muiden uit.

De 200 myls ‘SOLO’ zit erop.

Anders gezegd, kijkend naar de logboeken en camera’s, denkend aan de uitslagberekeningen, de avond van de prijsuitreiking, die nog moet worden voorbereid, al ‘t werk, wat er in m’n uppie nog verricht moet worden.

“Mijn wedstrijd gaat pas nu …. echt beginnen !”


De 200 myls op 14/10/’98 te gast bij wsv AVOH
te Huizen. Teruggave van de logboeken, nega-
tieven/printplaatjes en prijsuitreiking van oa de
wisselprijs en herinneringsplaatjes

De winnaars van de 3e., 1e. en 2e. prijs. Albert
Broshuis, Han Beijersbergen en Hans Hofstee.
Voor de 2e maal won Han Beijersbergen de eerste
prijs en de 200 myls wisseltrophee.

 

 

De 3e. 200 myls ‘SOLO’ 1998 door Cees Zeilstra

door Cees Zeilstra : editie mei 1999, de Drietand (Nederlandsche Vereeniging van Kustzeilers)

De 200 myl’s solo wedstrijd/tocht 1998.

Zoals enkele van u misschien nog weet te herinneren heb ik in het najaar van 1997 een stukje geschreven voor de Drietand over de perikelen rond de tweede 200 myl’s solo wedstrijd op het IJsselmeer/Noordzee. Deze wedstrijd werd toen op de derde dag afgeblazen omdat één van de deelnemers op noodlottige wijze het leven verloor.
Een jaar later hebben de deelnemers een prachtige wedstrijd c.q. tocht gevaren waarvan ik graag verslag wil doen om andere Kustzeilers een goed beeld te geven van deze 200myl’s en hopelijk ook enthousiast te krijgen om deel te nemen aan dit evenement.

>
In 1998 werd deze wedstrijd voor de derde keer gevaren en deden er vier solo Kustzeilers mee. Ad Beringen met de Skua, Jaap Verkerk met Stella Filante, Albert Broshuis met Scheerling en ondergetekende met de Zeemuis. De wedstrijd begon op woensdag 30 september’98 om 10.00 en de laatste finish mogelijkheid was zondag 4 oktober om 11.59:59 uur. Totaal aantal deelnemers was 29 schepen, variërend van de kleinste Kolibrie, via een First 43 naar een Dragon Fly trimaran, de Zilveren Maan van Bijnsdorp was de grootste deelnemer, daar kon met gemak een biljart ingebouwd worden. In Zeilen van november’98 schreef Bijnsdorp er een nogal persoonlijk verhaal over.De pret begint eigenlijk al op de dinsdagavond voor de start. Bijna alle deelnemers zijn dan al aanwezig in de haven van de “Stichting” in Muiden. Weerzien van deelnemers van vorig jaar versterkt het vertrouwen in de goede afloop, uiteraard alleen dan wanneer de verhalen op een gepaste wijze bij Ome Ko worden opgehaald en aangedikt. Nieuwe deelnemers laten zich ook niet geheel wegcijferen en de koude oorlog rondom de wedstrijd is al begonnen met het gegeven wie het laatst naar bed gaat heeft het meeste zelfvertrouwen (of kent zichzelf slecht). Ik ben vergeten wie er gewonnen heeft, maar lol hadden wij wel. Vlak voordat ik de kooi vond, had ik nog snel een weerbericht opgevangen.
Cees Zeilstra

Het weer had een grote invloed op de wedstrijd, net als vorig jaar trouwens. Omdat de datum van 30 september nu eenmaal geen hoogzomer betekent, kan het nogal redelijk fris zijn. Dit jaar hadden wij als konstant weerbericht; oost 5-7, lichte regen, barometer 1004, redelijk zicht, temperatuur7-13 graden. Zaterdag klaarde het weer wat op en scheen de zon, maar de wind bleef maar komen uit de oost met kracht 7, pas afnemend op zaterdagochtend tot oost 4-5.

De wedstrijd wordt gevaren met een aantal opdrachten en hindernissen. Men kan 4 routes varen, route 1 op het IJsselmeer en Markermeer, route 2 als 1 met de Waddenzee erbij, route 3 als 1 en via Den Helder op en neer naar IJmuiden en route 4 is als route 3 maar dan naar Scheveningen en via het Noordzeekanaal retour finish in Muiden. Het is verplicht om 27 uur rust te nemen waarvan 1 anker periode, meer en minder rust wordt verrekend via strafpunten. Van elke te ronden boei of staak dient een foto gemaakt te worden. Het logboek dient ordentelijk en juist te worden ingevuld wat goed zeemanschap uiteraard ook inhoudt. En daar doen we het voor, bewijzen dat je ook solo zeemanschap beheerst.
Vanwege het weer werd de Waddenzee en de Noordzee door iedereen gemeden, het strijdtoneel was wederom het Markermeer en IJsselmeer.

Het Palaver was zoals gewoonlijk bij Ome Ko, met koffie en gebak werd alles nog een keer duidelijk uitgelegd, zo duidelijk dat voordat we vertrokken al enkele kamera’s ongewild verkeerd waren geopend en in onbruik waren geraakt, maar dat mocht de pret niet drukken.
De eerste dag ben ik na 46 mijl gevaren te hebben, gestopt in Enkhuizen met een aantal andere schepen. Eigenlijk was iedereen redelijk tevreden over zijn prestaties en de taktieken werden geheim voorbereid voor de volgende dag. Om 24.00 was iedereen onder”zeil”. Ik ben donderdagochtend weer gestart om 06.15, in het regenachtige duister ging ik op pad naar de WV14 bij Den Oever. Het ligt uiteraard aan mij als persoon, maar ik vind dit soort zeilmomenten romantisch en onvergetelijk. Koud, donker, harde frisse wind en geen hond op het water, en je zag ook geen barst. Met gemiddeld 6 ½ knoop dender je dan in het duister naar Den Oever waar om 08.31 de boei gerond wordt. Dan hoogaandewind naar Urk, aankomst 14.04, via de VZ1, Hindeloopen naar de V15 waar ik om 19.15 de staak op de foto probeer te krijgen. Dat is meestal nogal een toer in je eentje, zeker als je de boei hoog aanloopt. Er gaan er tijdens de wedstrijd meestal wel een paar kamera’s de plomp in maar het totale resultaat is redelijk.
Eén deelnemer had zich vergist in het fototoestel om in het donker een foto te maken (er zit een flits op de nognietweggooikamera), en probeerde met een pakje Pickwick thee een foto te maken. Het pakje zag er in het donker net zo uit als de kamera verzekerde hij mij na afloop, ik zei dat ik hem wel geloofde…
Kortom, ik lag om 19.55 in Medemblik met de Dundazi als kompaan. Dag-logstand 76,4, en de wind trok als een streep uit het oosten alsmaar aan tot een dikke 7. Via de marifoon bleek dat wij geen slechte positie hadden opgebouwd.
Elke avond dient de deelnemer zich telefonisch te melden bij het wedstrijdsecretariaat, waarna zijn positie iedere avond op Internet te zien is.
En dat was een groot succes, met 29 deelnemers werd de website ongeveer 500 keer bezocht in de 4 wedstrijd dagen. Zelfs familie vanuit Australië ging naar Nederland bellen omdat ze ongerust waren omdat Pietje zich nog niet gemeld had. Ook goede vrienden van mij hebben vanuit Amerika dagelijks mijn geploeter via Internet gevolgd.

En daar lig je dan, moe, het instant diner zakt maar matig, en de borrel gaat er nog net in voordat je in slaap valt. Tijdens deze nacht heeft de wind aardig zijn best gedaan, en voorzover ik weet, heeft niemand die nacht doorgevaren.
Tja, en dan moet je er om 06.00 weer uit, buiten koud en harde oosten wind, binnen warm en heerlijk rustig (solo!). Zo’n sterk karakter had ik nu ook weer niet om er met een rotgang uit te gaan en hoog aan de wind te gaan hakken naar Breezand. Gelukkig vond mijn maatje Dundazi dat ook en maakten wij elkaar om 09.00 duidelijk dat we ons verslapen hadden.

Gaandeweg bleek dat er vandaag nog oost 7 zou blijven staan en ‘snachts afnemend tot 4.
Dus mijlen maken was het devies, hakken naar Breezand, daarna fantastisch halve wind, met vaak ruim 7 knopen naar Enkhuizen geracet, waarna op het Markermeer voor het eerst wat komfortabeler gevaren kon worden met oost 5-6 en wat rustiger vaarwater. Dat scheelt beduidend als je een keer thee wilt zetten en een eitje bakken. Dat blijft met knobbelig water, solo op het IJsselmeer, toch altijd weer een geknoei, zeker als je de wedstrijdvaart er in wil houden. De Dundazi en de Zeemuis zijn zaterdagochtend om 01.05 gefinshed in Muiden, met als enige toeschouwer de bijna volle glinsterende maan, met de logstand voor vrijdag op 79,8, totaal logstand 202,2, zeiltijd 36 uur, gemiddelde snelheid 5,6 knoop.
Je bent moe, zeer voldaan over je schip en een beetje over jezelf. Alles doet pijn, zeker wanneer het anker er maar niet uit wil (logisch er hingen 2 schepen aan!). Na een korte nacht wil je de anderen zien aankomen, althans diegene die nog moesten finishen.

Nu kan ik mij voorstellen dat niet iedereen even enthousiast kan worden van dit soort evenementen, feiten zijn wel dat van de 29 schepen er maar 10 hebben opgegeven (het is opvallend hoeveel stuurautomaten er dan kapot gaan…), er 3 nieuwe Kustzeilers uit deze wedstrijd als nieuw lid bij de club zijn gekomen, de meeste deelnemers alweer hebben ingeschreven voor 1999, het een bijzondere wedstrijd is op een rustig vaarwater in oktober.Toch wil ik een warm pleidooi houden voor het solo zeilen in dit jaargetijde, het is dan rustig op het water, wel fris maar mooi en een prachtige afsluiting van een zomertijd periode, en bovenal wordt je weer eens met je neus op de feiten gedrukt als je alles alleen moet doen op je boot en niemand anders de schuld kan geven. Voor FL.47,50 inschrijfgeld kom je geheel tot inkeer en ben je een aantal goede zeilvrienden rijker.Voor de Internet gebruikers onder u is de website van organisator, en sinds kort NVvK lid Jan Luyendijk, een must, adres www.solo.club.tip.nl. Alle ervaringen van drie jaar 200myl’s, route’s, regels, inschrijfformulier, etc. is daar te vinden.
Ik hoop van harte een flink aantal NVvK leden in oktober bij de start als mededinger te mogen begroeten van de 200myl’s van 1999, ik zal mijn uiterste best doen u nederig doch beslist voor te blijven a/b van de Zeemuis.